Cultuuromslag op noordelijke IJ-oever

Noord hoorde er nooit echt bij. Amsterdammers spraken over ‘de Overkant’ alsof het een verweggistan was. De hele noordelijke IJ-oever stond in het teken van scheepsbouw en zware industrie, tot in de jaren tachtig. Vandaag de dag ondergaat deze kant van het IJ een complete metamorfose. We herhalen een fietstocht uit 1991. Toen stond Noord op een keerpunt. Wat is er sindsdien veranderd?

We spitsen ons verhaal dit keer toe op restanten van verdwenen industrieën en op hergebruik van industrieel erfgoed. Want vooral dat blijkt veranderd sinds onze vorige tocht. Bijna de hele 20ste eeuw stond de noordelijke IJ-oever in het teken van zware industrie. Decennialang was het hier een aaneenschakeling van kranen, dokken, schoorstenen en fabriekshallen. Vanaf de stad was het een imposant gezicht. In Noord ervoer men ‘de achterkant’ hiervan: het lawaai en de stank waren niet van de lucht. Maar veel noorderlingen vonden er hun broodwinning; dus geklaagd werd er niet.
De golf van naoorlogse bedrijfssluitingen begon in 1951 met het verdwijnen van Fokker. Vooral in de jaren zeventig en tachtig kwamen de massa-ontslagen hard aan in Noord, dat tot op heden met een hoge werkloosheid kampt. De grote scheepsbouw, de trots van Noord, ging geheel verloren. Er brak een periode aan van stilstand, rouw en gemopper. Maar vanaf 1990 onderging de noordkust een metamorfose – volledig ongepland en onvoorzien. De industriële rafelrand langs het IJ bleek een eldorado voor low-budget-ondernemers die in de binnenstad geen kraakbare bedrijfspanden meer konden ontdekken. Creatieve pioniers staken over en nestelden zich gretig in de oude loodsen en hallen.
Een groter contrast tussen oud en nieuw is nauwelijks denkbaar. Hippe bedrijfjes zitten nu in de doorrookte industriegebouwen. Noord met zijn geur van scheepsbouw en roestige bedrijvigheid is ‘in’. Hoog tijd voor een verkenning van deze cultuuromslag, waar tijdens onze vorige fietstocht in 1991 nog niets van te merken was.

Schellingwouderdijk

Schellingwouderdijk
Foto: Ruud Slagboom, 2015

Ziekenappartementen

Ziekenappartementen die Johann Georg Mezger hier liet bouwen – Foto: Ruud Slagboom

cafe sluisje

Het beroemde café ‘t Sluisje
Foto: Ruud Slagboom


 
 
Vorstenwrijver
We befietsen de IJ-oever weer van oost naar west. In dit artikel beperken we ons tot het oostelijke deel van de noordoever, van Schellingwoude naar het Shell-terrein. (Een volgende keer doen we de NDSM-werf..) We starten aan de Schellingwouderdijk bij de Oranjesluizen, die in 1871 het einde betekenden van de eb en vloed in het vroeger zo woeste IJ. Vanaf Zeeburg is het beginpunt bereikbaar via de Schellingwouderbrug of via de sluizen zelf. Want daarover loopt een fiets/wandelpad dat zeer de moeite waard is. Zo is een enorm 18de-eeuws anker van 800 kilo te bekijken dat uit het IJ is opgevist.
We fietsen over de Schellingwouderdijk richting Nieuwendam. Bij het einde van de bebouwing houden we links aan en zien, tegenover het viaduct met de witte bogen, aan het IJ de Oranjewerf liggen. Het scheepsreparatiebedrijf dateert uit 1949 en is tegenwoordig onderdeel van de Damen Groep, het concern dat liet zien dat gespecialiseerde scheepsbouw wel degelijk kan overleven in Nederland. Op de vroegere ‘grote drie’ van de scheepsbouw, NDSM, ADM en Verschure, werkten bij elkaar zo’n tienduizend mensen in de toptijd. Nu lopen op deze werf – samen met Shipdock nog de enige scheepsbouw aan de IJ-oever – enkele tientallen personeelsleden rond.
We fietsen door over het doodlopende stukje Nieuwendammerdijk, dat uitkomt bij het Gembo-terrein. De naam stamt van een vroegere fabriek voor waterglas, een grondstof voor de zwavelzuurfabricage van buurman Ketjen. Als we het industrieterrein opfietsen, zien we tussen de garage- en metaalbedrijven opschriften van trendy bedrijfjes als Fiction Factory en Goedzoekers. Later lezen we een interview met de hier gevestigde kledingontwerper Ozey Thorpe, die voorheen een studio had op West Broadway, zeg maar de P.C. Hooftstraat van New York. Hij vindt het hier veel leuker.
We keren terug naar de ingang van het terrein en nemen een paadje linksaf, dat ons weer op de Nieuwendammerdijk brengt. Na een plas zien we links de hoge neoclassicistische panden van dokter Mezger, eigenlijk ook een bedrijfsrestant. Het waren ziekenappartementen voor de internationale patiënten van deze fysiotherapeut avant la lettre, vanwege zijn beroemde clientèle ook wel de ‘vorstenwrijver’ genoemd. Met zijn praktijk in het Amstel Hotel was de dokter eind 19de eeuw een sensatie.

Graansilo Insulinde
De Nieuwendammerdijk voert nu naar het oude Nieuwendam, ooit een direct aan het IJ gelegen belangrijk handelscentrum. Na het aanplempen van de Nieuwendammerham bleef de haven via Zijkanaal K bereikbaar. Op de nummers 262 en 248-250 bevinden zich de graanpakhuizen De Koophandel en Insulinde, nu verbouwd tot woningen. Eeuwenlang zag Amsterdam de haven van Nieuwendam als een vervelende concurrent. Zo trokken de Nieuwendammers een deel van de lucratieve graanhandel met het Oostzeegebied naar zich toe. Insulinde uit 1886 was een moderne graansilo met gemechaniseerde transportbanden en maalinrichtingen – aan de rustieke dijk een vreemde eend in de bijt.
Tegenover nummer 183 gaan we linksaf de Nieuwendammerkade op. Rechts is het Vliegenbos, links zien we even later de scheepsbouwloodsen van de werf Het Fort van De Vries Lentsch. Dit bedrijf genoot wereldfaam als jachtenbouwer, maar ging in 1975 ter ziele. Aan de andere kant van de haven (die we bereiken langs de fraaie nieuwbouw van een ateliercomplex – ook hier is de transformatie gaande), lag nóg een scheepswerf: Het Jacht, tot 1960 in bedrijf. Daar werden zelfs zeeschepen gebouwd, maar de voornaamste productie bestond uit duizenden dekschuiten, een uitvinding van eigenaar Bernhard (dat zijn schepen zonder ruim waarbij de lading op het dek wordt gelegd; een handig transportmiddel in de Amsterdamse haven). De doorbraak van de vrachtwagen maakte een eind aan deze lucratieve handel.
Op het eind van de Nieuwendammerkade stuitten we op de slagboom van Albemarle, de vroegere zwavelzuurfabriek van Ketjen (ook een tijdlang Akzo geheten). Op het uitgestrekte terrein produceren zo’n vijfhonderd mensen katalysatoren voor de petrochemische industrie. Vroeger stonk Ketjen een uur in de wind, maar de dampende pijpen lijken nu reukloos. Het houdt toch iets onheilspellends, zo’n chemisch industriecomplex.

vliegenbos

Ingang van het Vliegenbos
Foto: Ruud Slagboom

Ketjen in vogelvlucht - Bron: Beeldbank Amsterdam

Ketjen in vogelvlucht – Bron: Beeldbank Amsterdam

vogeldorp-poort

De karakteristieke poortjes van Vogeldorp
Foto: Ruud Slagboom, 2015

Gevel van boomstammen
We ronden het Vliegenbos en fietsen over de Zamenhofstraat. Na een knik in de weg komen we uit bij de G.T. Ketjenweg, rond 1995 aangelegd na demping van het Johan van Hasseltkanaal Oost. Links en rechts van deze straat liggen overblijfselen van de in 1981 gesloten scheepswerf Verschure. Links is de oude betonnen scheepshelling te onderscheiden. Rechts ligt het bedrijvencomplex Zamenhofstraat, ondergebracht in vijf voormalige hallen van Verschure. Het bedrijfslogo is nog zichtbaar op het vroegere hoofdgebouw. Als we daar het terrein opfietsen, zien we bij de derde loods een borstbeeld op een sokkel staan – zou dat meneer Verschure zijn?
Aan de achterkant van deze loods heerst de sfeer van de kraakscene, met gezellige zitjes van doorgezakte bankstellen. Nu de zware, milieuvervuilende industrie uit de Nieuwendammerham verdwenen is, zijn voor het eerst combinaties van wonen en werken mogelijk. De tweehonderd kunstenaars en ambachtelijke ondernemers in het Zamenhofcomplex gaan er prat op zelf hun boontjes te doppen, net zoals ze destijds geheel op eigen kracht (onder aanvoering van een aannemer) de loodsen voor hergebruik hebben ingericht.
In de Nieuwendammerham was het bestemmingsplan nog gericht op zware industrie, toen de eerste dienstverlenende bedrijven zich meldden. Kantoorfuncties mochten eigenlijk niet, maar het stadsdeel was ruimhartig met ontheffingen. Zo is het vaker gegaan in Noord. Tegenwoordig geldt deze ongereguleerde ontwikkeling als dé kracht van het stadsdeel. Een speciaal type mensen komt af op het rafelrand-karakter, waarin de geschiedenis van het gebied nog heel voelbaar is. De noordoever is merendeels nog niet in handen gevallen van het grote geld – en hopelijk blijft dat zo.
Aan het eind van de Ketjenweg, met links een bord over alweer een bedrijfsverzamelgebouw voor de creatieve sector dat hier aan het IJ gaat verrijzen, slaan we rechtsaf de Johan van Hasseltweg in, gelegen op de plek van het vroegere kanaal. Na het hypermoderne onderkomen van modebedrijf Gsus (uit te spreken als het Engelse ‘Jesus’) met een fraaie gevel van boomstammetjes, gaan we even verderop linksaf naar het Gedempt Hamerkanaal. Aan onze linkerhand zien we de in 1995 gerestaureerde Noordergasfabriek, daterend uit 1913, maar al elf jaar later buiten gebruik gesteld als fabriek van stadsgas. Ook deze pittoreske fabriek (volgens sommigen te gelikt gerestaureerd, een monumentenstatus is afgeketst) is nu een bedrijfsverzamelgebouw.

Legendarisch onvindbaar
Aan de overkant van de straat staan de vervallen restanten van machinefabriek Voorwaarts. Een deel wordt nu gesloopt, terwijl krakers nog in de rest van het complex aan de Schaafstraat wonen. Aan het Gedempt Hamerkanaal staat een deel met een ‘zaagtanddak’: een bouwwijze die men vroeger in industriële gebouwen toepaste om meer daglicht te laten binnenvallen.
Bij het kruispunt slaan we linksaf (langs de Opelgarage). Hoewel allerlei borden ons willen doen geloven dat we verkeerd gaan, nemen we het tweede hek rechts (het eerste hek is van de onderhoudswerf voor de gemeenteponten). Er doemen ruime loodsen op waarin het transportbedrijf Hoyer gevestigd was. Nu wordt ook dit complex in bezit genomen door mode- en theaterbedrijfjes. We fietsen tot aan het IJ en gaan daar linksaf.
Plotseling hebben we een magnifiek uitzicht over het water, met aan de overkant de prachtige huizenwand van Java-eiland. Hier ligt het best verstopte restaurant van de stad, Hotel De Goudfazant, nu al legendarisch vanwege zijn onvindbaarheid. Dit keer geen gelikte opknapbeurt. De buitenkant is golfplaatachtig, binnenin gaan roestig ijzer en grijs beton samen met plastic kantinestoelen. Een no-nonsense aanpak die zozeer tot de verbeelding spreekt dat dit (ruime) restaurant avond aan avond vol zit.
We fietsen terug naar het kruispunt bij de Opelgarage en slaan daar linksaf, opnieuw het Gedempt Hamerkanaal in. Op de hoek met de Spijkerkade wordt tastbaar dat we over een gedempt kanaal rijden. Hier zat Brevo waar scheepsmotoren en scheepsschroeven werden gerepareerd. Voor het repareren van de schroef van binnenvaartschepen werden de schepen in het Hamerkanaal een eindje omhoog getakeld met een hijsinstallatie, die voor het hoekpand en het pand daarnaast nog te zien zijn.
We nemen hier rechtsaf de Spijkerkade en staan prompt oog in oog met een enorm knalgroen pand. Dit is de nieuwbouw van Pand Noord, een verzamelgebouw voor film- en tv-maatschappijtjes, waarvan we even later de oude pui aan de Meeuwenlaan aan onze rechterhand zien. Hierin zat vroeger Louis Reyners, een bedrijf voor hijs- en hefwerktuigen. Voor al deze bedrijven was de ligging aan het water cruciaal. In de jaren tachtig en negentig zijn de meeste kanalen en insteekhavens gedempt, toen Draka en andere grote werkgevers dreigden te verkassen omdat vrachtwagens er nauwelijks konden komen. Zo is in de planologische geschiedenis van dit gebied wel heel concreet de overgang van water- naar wegtransport terug te vinden.

ADM 1951

ADM in vogelvlucht, 1951
Bron: NDSM Werfmuseum

monument IJ-plein

Monument op het IJ-plein ter nagedachtenis van de ADM – Foto: Ruud Slagboom

tolhuis

Het Tolhuis aan de Buiksloterweg 7
Fotograaf: Marion Golsteijn

Spoorloos verdwenen
We slaan op de Meeuwenlaan linksaf en gaan daarna weer linksaf onder een flatgebouw door de Motorwal op. Aan onze rechterhand lagen de bedrijfsterreinen van de Verschure machinefabriek (in 1977 ontruimd) en vooral van de ADM. Deze Amsterdamse Droogdok Maatschappij was een reparatiebedrijf dat in het IJ en in een grote insteekhaven vier reusachtige drijvende dokken in bedrijf had. Pal tegen de Vogelbuurt aan – de wijk was altijd gezegend met roetpluimen en hamerslagen – bleef de ADM hier ruim een eeuw lang gevestigd. In 1980 verhuisde men naar het NDSM-terrein en fuseerde met de reparatiepoot van deze werf. Enkele jaren later al ging dit bedrijf ter ziele. Van de ADM-werf die vroeger een poortgebouw aan Meeuwenlaan 60 had, is helemaal niets meer over.
Het doet merkwaardig aan dat zo’n grote werf zo spoorloos verdwijnen kan. Op het voormalige bedrijfsterrein is kleurrijke sociale woningbouw gerealiseerd, volgens een stedenbouwkundig plan van Rem Koolhaas. Omdat in het kader van het gelijkheidsdenken elke woning evenveel zicht op het IJ moest hebben, staan alle huizenblokken haaks op het waterfront. Tegenwoordig vindt niemand dat meer een geschikte manier om zo’n prachtige plek met woningen te vullen.
Vanaf de Motorwal bij het IJ gekomen, gaan we rechtsaf langs de waterkant. We belanden bij de hoek van de Gedempte Insteekhaven, waarin vroeger de dokken van de ADM lagen. In het water ligt hier restaurant Wilhelminadok, weer hersteld van de bijna fatale botsing met een uit koers geraakt cruiseschip. Het restaurant is genoemd naar een van de droogdokken van de ADM. Het bedrijfslogo is in gietijzer op de toegangsdeur aangebracht. Zoals zovele nieuwe horecagelegenheden langs deze oever, is ook dit café-restaurant met terras op het water een bezoek alleszins waard.
Even verder gaan we onder de bomen door rechtsaf, het IJplein op, en slaan rechtsaf bij het Hollandia-Kattenburgpad (een fietspad). Onder een flatgebouw door komen we uit bij een herdenkingszuil op de plek van de in 1969 afgebroken kledingfabriek Hollandia Kattenburg. Op 11 november 1942 voltrok zich hier een drama. De joodse werknemers werden allemaal tegelijk afgevoerd, samen met hun van huis opgehaalde familieleden. Van de 367 personeelsleden keerden er slechts acht uit de kampen terug. Naast Hollandia Kattenburg lag decennialang machinefabriek Ducroo en Brauns, die eind jaren vijftig moest wijken voor de aanleg van de IJtunnel.

Tolhuistuin weer open

We komen uit bij het Adelaarswegveer en gaan daar rechtsaf. Even later zien we aan de overkant een tiental mooie villa’s uit het begin van de vorige eeuw. We zijn op het stuk Meeuwenlaan beland waar vroeger de directeuren en bedrijfsleiders woonden. Dit gouden randje is inmiddels in de verdrukking gekomen door de aanleg van de IJ-tunnel en ligt er verloren bij. De villa van de Draka-directeur op nummer 11 (een rijksmonument) heeft het net overleefd, maar heeft nu de ventilatietorens van de tunnel als buurman. Op nummer 21 woonden Willem en later diens neef Piet Fenenga, die bij elkaar opgeteld zo’n zeventig jaar de scepter zwaaiden over de ADM.
Weer terug naar het stukje bos voor de pont. Rechtsaf nemen we een geheimzinnig weggetje langs de Sixhaven – in beheer bij de nog immer springlevende watersportvereniging van de voormalige NDSM-werf. Daarna passeren we over de beide Willemssluizen het Noord-Hollands Kanaal. Hier werkt men volop aan de Noord-Zuidlijn.
We komen uit bij de Buiksloterweg en gaan daar linksaf. Bij café het Ponthuys buigen we rechtsaf naar het Informatiecentrum Overhoeks. Als érgens aan de noordoever drastische dingen gaan gebeuren, dan is het hier wel. Architecten van naam hebben rustiek gelegen woonblokken aan het IJ ontworpen, het Filmmuseum krijgt een science-fictionachtig onderkomen, er komt een Oeverpark en men troeft de aloude blikvanger Overhoeks zelfs af met vijf nog veel hogere torens, pal naast het Tolhuis. Met dat laatste onderdeel is niet iedereen blij. De Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad heeft bezwaar aangetekend bij de Raad van State.
Tijdens onze vorige fietstocht maakte iedereen wilde plannen voor de Sixhaven. Die ligt nu nog rustiek te dromen. (Hoe lang nog?) En alle blikken zijn inmiddels gericht op het Shell-terrein. Niemand had verwacht dat Shell ooit haar researchlaboratoria zou gaan verplaatsen. Decennialang was dit hele gebied een streng verboden zone. Ook de Tolhuistuin, ooit een geliefde pleisterplaats, was geannexeerd. Nu gaat die tuin weer open voor het publiek. Een initiatiefgroep rond de schrijver Chris Keulemans heeft vorige maand de prijsvraag gewonnen voor een nieuwe invulling van de Tolhuistuin. Het wordt, driemaal raden, cultureel vernieuwend en hoogstaand. De eerste kritiek is al binnen, want de aansluiting met het traditionele Noord is met dit soort plannen niet verzekerd.
Ja, van wie is nu eigenlijk de noordoever: van Noord of van de creatievelingen die vanuit de binnenstad aan het oversteken zijn? Of wordt dat juist een mooie mix?

Dit artikel is eerder verschenen in het blad Ons Amsterdam. Het artikel is geschreven door Hansje Galesloot en Peter-Paul de Baar en is gepubliceerd in oktober 2007.
 
 
Bronnen: Ons Amsterdam
 
lijn