De opbouw van de Bloemenbuurt

floradorp

Luchtfoto van De Bloemenbuurt – Bron: www.Floradorp.nl

De bloemenbuurten van Noord zijn tot stand gekomen tussen de twee wereldoorlogen. De opdrachten gingen naar toen bekende architecten. Hun ontwerpen zijn beïnvloed door de Amsterdamse School, de bouwstijldie in de jaren twintig populair was. Noord werd verrijkt met fraaie staaltjes architectuur.

De eerste bloemenbuurten die werden opgeleverd waren Disteldorp, in 1918, en de Van der Pekbuurt in 1921. Het is onduidelijk wie Disteldorp en ook Vogeldorp heeft ontworpen. Volgens de Atlas sociale woningbouwwas dat Berend Tobia Boeyinga (1886-1969), maar de biografie van Boeyinga spreekt dat tegen. Boeyinga volgde van 1917 tot 1919 een opleiding tot architect en was van 1917 tot 1921 als opzichter in dienst bij architect Michel de Klerk.

Architect Boeyenga (Boeijinga was zijn echte naam) heeft niettemin veel bijgedragen aan de woningbouw in oud Noord. Hij werkte van 1921 tot 1926 bij de Gemeentelijke Woningdienst. De biograaf van Boeyinga, Radboud van Beekum,veronderstelt dat J.H. Mulder (1888-1960) de architect was van beide nooddorpen. Dat maakt Mulder, die onder andere ook Floradorp ontwierp, tot de belangrijkste architect van oud Noord. Daarom is het jammer dat er over deze Mulder zo weinig bekend is. Volgens Wil Swart was Mulder een socialistische architect die gedurende 29 jaar bij de Gemeentelijke Woningdienst heeft gewerkt.

Aanvankelijk waren de nooddorpen gepland voor zes à zeven jaar, maar bij oplevering zouden de woningen tien jaar meegaan. De bewoners hadden echter veel last van vocht en schimmel: het behang viel van de muur. Disteldorp kreeg een opknapbeurt in 1932 en het dorp met de kleine woningen staat nog steeds overeind.
Bij de gemeentelijke dienst Onderzoek en Statistiek vallen de bloemenbuurten onder de noemer ‘buurtcombinatie Volewijck’. Na de Van der Pekbuurt werden de buurten aangelegd van de Hagedoornweg tot de Floraweg. De straten tussen Hagedoornweg en Sneeuwbalstraat waren al in 1922 aangelegd. De meest noordelijke bloemenbuurt was klaar in 1929. Dat was tuindorp Buiksloterham, beter bekend als Floradorp. Maar ook daarna werd er nog gebouwd in de bloemenbuurten.

Architect Gerrit Jan Rutgers (1877-1962) heeft ook voor de gemeente gewerkt. Van 1915 tot 1919 was hij verbonden aan de dienst Publieke Werken. Hij was een zeer productieve architect, die vooral werkte in de stijl van de Amsterdamse School. Rutgers heeft de woonblokken gerealiseerd tussen het Mosplein en de Malvastraat, opgeleverd in 1923. Een tuinwijk is deze buurt niet want de straten hebben slechts hier en daar een tuin.

Hoek Wingerdweg-Andoornstraat, onderdeel van het Noorlandercomplex. De plantenbakken horen bij het ontwerp.Foto: Ruud Slagboom

Hoek Wingerdweg-Andoornstraat, onderdeel van het Noorlandercomplex. De plantenbakken horen bij het ontwerp.
Foto: Ruud Slagboom

Helaas is het voorste gedeelte tussen Mosplein en Gentiaanstraat vervallen geraakt en in de zomer van 2011 grotendeels afgebroken. Dat was vroeger een deftig stukje Mosplein met in het midden een groot café en aan weerszijden winkels. Eén pand is blijven staan. Vandaar loopt het Mosplein in een boog door naar de Distelweg en die gebouwen heeft Rutgers ook ontworpen. Dat zijn de winkelpanden met de nummers 2 en 1, tussen Hagedoornweg en Van der Pekstraat en tussen Van der Pekstraat en Distelweg.

Het Mosplein kreeg een bioscoop, Astoria, die geopend werd in 1929. De uitgangen lagen aan het Mosveld. De architect was Willem Noorlander (1877-1940). Noorlander ontwierp vlakbij Astoria vier huizenblokken in een herkenbare stijl: Amsterdamse School met art-deco- elementen. Dit Noorlandercomplex is gebouwd in 1923 en ligt tussen Mosveld, Wingerdweg, Berberisstraat en Clematisstraat. Het complex wordt doorkruist door de Andoornstraat en de Elzenstraat. De Wingerdweg, die slingerend langs het Florapark is aangelegd, heeft mede door Noorlander nog steeds een fraai aanzien.

Ger de Jong, voorzitter van huurdersvereniging Floradorp, onderscheidt behalve Floradorp nog de Gentiaanbuurt, de Latherusbuurt en ‘Zomers Buiten’. De Gentiaanbuurt is de wijk van architect Rutgers plus de wijk tussen Malvastraat en Wingerdweg, ontworpen door Van Gendt en Kleinhout. De Latherusbuurt ligt tussen de Azaleastraat en de Ribesstraat.

De buurt tussen Azaleastraat en Sneeuwbalstraat staat volgens De Jong bekend als Zomers Buiten. Dat is de naam van de woningbouwvereniging die in 1924 opdracht gaf tot de bouw van de buurt. Twee andere namen komen ook voor, vernoemd naar twee straten in de buurt: Nigellebuurt en Heliotroopbuurt, maar Zomers Buiten wordt het meest gebruikt.

Kamperfoelieweg 65 en 67, onderdeel van het woningenblok van J.C. van Epen. Foto: Albert van der Vliet

Kamperfoelieweg 65 en 67, onderdeel van het woningenblok van J.C. van Epen.
Foto: Albert van der Vliet

Die buurt, die van de Kamperfoelieweg doorloopt tot de Wingerdweg, bestaat uit zeven bouwblokken van in totaal 517 woningen die klaar waren in 1928. Het woningbouwcomplex is ontworpen door Zeeger Gulden (1875-1960) en Melle Geldmaker (1875-1930). De socialisten Gulden en Geldmaker hadden samen een architectenbureau dat erg productief was.

De bebouwing van de Kamperfoelieweg is in fases tot stand gekomen. Huizenblokken werden opgeleverd in 1928, 1929, 1931, 1934 en 1949. In 1965 werd de weg doorgetrokken naar de Buiksloterbanne. Tot die tijd eindigde de Kamperfoelieweg bij de Stephanuskerk. Rechtsaf kon men de Floraweg inslaan. Linksaf liep de weg om de kerk heen en ging over in de Klimopweg. Het gedeelte van de Kamperfoelieweg tussen Sneeuwbalstraat en Azaleastraat was het eerst klaar, in 1928. Voor de huizenrij ligt een plantsoen. In feite is dat gedeelte de achterkant van bloemenbuurt Zomers Buiten van Gulden en Geldmaker.

Architect Johannes Christiaan (Jop) van Epen (1880-1960) genoot veel aanzien in zijn tijd. Hij kreeg van de ACOB de opdracht een huizenblok te ontwerpen aan de Kamperfoelieweg. De ACOB, de Amsterdamsche Coöperatieve Onderwijzers Bouwvereeniging, was een woningbouwvereniging van socialistische onderwijzers, die heeft bestaan van 1905 tot 1995. Het is een fraai rijtje huizen geworden van nummer 15 tot 73, dat opgeleverd werd in 1931. De huizen zijn opgetrokken uit gele baksteen, die destijds vaak werd gebruikt.

Het noordelijkste gedeelte van de Kamperfoelieweg is in 1934 aangelegd. Dat zijn de nummers 145 tot 193. Daarnaast ontstond in de jaren dertig een rooms-katholiek bolwerk rond de Sint Stephanuskerk. Het verenigingshuis Sint Antonius heeft Kamperfoelieweg nummer 207, het parochiehuis 209 en de kerk 211. Achter de kerk bevonden zich aan de Klimopweg de lagere school Sint Franciscus van Assisië, met een aparte afdeling voor jongens en meisjes.

Ernaast is een gebouwtje voor een scoutinggroep, dat in 1954 werd opgericht als de ‘R.K. verkenners van de katholieke jeugdbeweging groep St. Stephanus’. Over de veelomvattende parochie een volgende keer meer.
De Kamperfoelieweg en de Heggerankweg worden verbonden door twee dwarsstraatjes, de Haagwindeweg en het winkelstraatje Akkerwindeweg. Het gebied tussen die straatjes was lange tijd een open vlakte, tot de Klaprozenweg. Dat gat is pas in 1949 opgevuld. Dat gebeurde met de Kamperfoelieweg 93-143, dat naast het ACOB-blok ligt, en met beide kanten van de Heggerankweg, nummer 88-136 en 89-117. Architect van die huizenblokken was opnieuw Van Epen. De huizen zijn te herkennen aan de halfronde balkonnetjes boven de buitendeuren. De nummers Kamperfoelieweg 75 tot 91 ontbreken. Daar waren vrijstaande woningen gepland, maar dat is een speelpleintje geworden, op de Haagwindeweg, bij de bushalte.

Er zijn meer architecten betrokken geweest bij de bouw van de bloemenbuurt dan alleen maar de architecten die in het artikel zijn genoemd.
 

Deze tekst werd eerder gepubliceerd in de serie ‘Noord in de vorige eeuw’. Voor alle afleveringen in deze serie bezoekt u het overzicht op www.amsterdamnoord.com. © 2016 Albert van der Vliet. Niets uit deze publicatie mag op enigerlei wijze worden gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteur.

 
 
Bron: www.amsterdamnoord.com
 
lijn