Het oude raadhuis van Nieuwendam

Je zou het niet denken, want het is zo’n lief huisje, maar op de Nieuwendammerdijk 421 zijn huwelijken gesloten en kapotgegaan.

oud gemeentehuis nieuwendam nr 421

Nieuwendammerdijk nr. 421
Foto: Ruud Slagboom

Het 18de-eeuwse dijkhuis met Zaanse klokgevel werd ooit gebouwd als woonhuis. Over het eerste echtpaar dat zich hier nestelde, is niets te vinden, maar misschien liggen bij de achterachterkleinkinderen nog liefdesbrieven op zolder, of scheidingspapieren.

De huwelijken die hier gesloten zijn toen dit het gemeentehuis van Nieuwendam was, zijn wél goed gedocumenteerd en werden bewaard in het archief op zolder. Het kantoor zat aan de voorkant. Achter, in de woonkamer, vonden de raadsvergaderingen plaats. Agent Van de Kruk woonde beneden, waar hij over zijn eigen cellencomplex beschikte. Bij gebrek aan gevaarlijke criminelen, belandden daar kwajongens die peren van de buren hadden gepikt. Links naast het dijkhuis stond een gevel met de zogenoemde kooi, waarop huwelijken werden aangekondigd.

Het gemeentehuis werd in 1918 verplaatst naar de Nieuwendammerdijk 321, maar kort daarop, in 1921, werd Nieuwendam opgeslokt door Amsterdam, net als andere dorpen ten noorden van het IJ. Na de opheffing van de gemeente Nieuwendam bleef nog een ‘hulpsecretarie’ gevestigd op nummer 327. Amsterdammers van boven het IJ konden zo in Noord blijven trouwen.

Het houten dijkhuis werd destijds onbewoonbaar verklaard. Groenteboer Cor Struys kwam met het plan om de onderverdieping in baksteen op te trekken en mocht er zijn intrek nemen. Aan weerszijden van zijn groentewinkel zaten bakkers, kruideniers, kappers, een slager, een wijnboer en een boterboer. Klanten waren er genoeg, die kwamen voorbij op weg naar de Valkenwegpont.

De dochter van de groenteboer nam de zaak samen met haar man over. Hij werkte hard in de winkel, zij zorgde voor de kinderen. Het leek een gelukkig huwelijk, maar als haar man naar de veiling was, zocht vrouwlief haar heil verderop op de dijk. Bij de eigenaar van de feestartikelenzaak. Het hele dorp wist ervan, en toen eindelijk haar man erachter kwam, was het huis te klein. Een jarenlange strijd over het eigendom van het huis volgde, tot de groenteman het achttien jaar geleden verkocht.

In de raadszaal van weleer heeft schrijfster en kunstenares Aafke Steenhuis sindsdien haar woonkeuken. Een discipel van Monumentenzorg, die eens bij Aafke langskwam, slaakte geen kreten van bewondering, maar werd zelfs kwaad: “Jullie hadden dit dijkhuis in de oorspronkelijke staat moeten terugbrengen.” Ze trok zich de kritiek niet aan; wonen in een monument, dat hoeft van Aafke en haar echtgenoot niet zo. Het is geen garantie op geluk, zo wijst de geschiedenis uit, en gelukkig zijn ze trouwens toch al.

Dit artikel is al eerder gepubliceerd in het blad Ons Amsterdam. Het artikel is geschreven door Rachida Azough en is gepubliceerd in mei 2005.
 
 
Bronnen: Ons Amsterdam & Stadsarchief Amsterdam
 
lijn