Jan Ernst van der Pek, 1865-1919

Jan Ernst van der Pek was de eerste architect die zich druk maakte om de woonomstandigheden van arbeiders. Hij zette in volksbuurten een flink aantal woningen neer die weliswaar sober waren, maar goed gebouwd. Voor het overgrote deel staan ze er nu na een eeuw nog.

In de 19de eeuw trok men van het platteland naar de steden om zijn geluk te beproeven – veelal tevergeefs. In de stad wachtte een zwaar leven en bleek minder werk voorhanden dan was voorgespiegeld. Voor de huisvesting waren de gelukzoekers aangewezen op zogeheten speculatiebouw in wijken als de Jordaan en De Pijp in Amsterdam. Krotten die zonder noemenswaardig plan werden neergezet door makelaar-aannemers en voornamelijk dienden als een gemakkelijke manier om snel geld te verdienen. Architecten kwamen er niet aan te pas; die waren voor kerken en villa’s.

van der pek

Jan Ernst van der Pek, 1910

In de loop van de 19de eeuw kwam daarin verandering. Er kwamen beleggers die genoegen wilden nemen met een rendement van luttele procenten of zelfs helemaal géén, als daar tegenover stond dat de omstandigheden van de arbeidersklasse wat minder erbarmelijk werden. Ze sloten zich aaneen in verenigingen en stichtingen die later zouden uitgroeien tot de woningbouwcorporaties.
Tegen het einde van die eeuw kwam het eerste stadsvernieuwingsproject in Amsterdam van de grond. Een groep maatschappelijk betrokken ondernemers en notabelen ontwierp een plan om een aantal krotten in de Jordaan op te kopen en te vervangen door fatsoenlijke woningen. Ze moesten voldoen aan minimale eisen op het gebied van privacy, licht en hygiëne. Er kwamen echte wc’s met stromend water in, de toen nog gebruikelijke bedsteden kregen elementaire ventilatie, er was een duidelijk afgebakend keukentje – niet al te groot, want het was niet de bedoeling dat erin gewoond werd – en de ramen konden op twee manieren open. Tussen 1894 en 1896 kocht de daartoe opgerichte Bouwonderneming Jordaan zeventien krottenpanden op aan de Lindengracht en de Goudsbloemstraat om die te vervangen door een complex met 92 van zulke nette arbeiderswoningen. De architect was Jan Ernst van der Pek.

Overleg met bouwvakkers
Van der Pek was een van de eerste architecten die met een programma van eisen werkte. Hij maakte uitvoerig studie van het leven in arbeidersgezinnen en gebruikte daartoe methoden die uiteenliepen van vragenlijsten tot aan schaalmodellen van woningen. Vooral de financiën bezorgden hem hoofdbrekens: de woningen moesten zowel goedkoop als exploiteerbaar zijn. Bij de bouw voerde hij zelf de directie, wat in die tijd voor een architect ongebruikelijk was. En hij viel op door geregeld met bouwvakkers te overleggen. Ook dat was ongewoon: een architect die werklui voor vol aan zag. Maar Van der Pek vond de samenwerking met bouwvakkers belangrijk. De werklui van de Bouwonderneming Jordaan waren trouwens, ver voor dat wettelijk verplicht was, al verzekerd tegen ziekte en ongevallen.

De meeste Jordaanbewoners vonden de nieuwe woningen een aanwinst voor hun wijk. Maar zoals dat later wel vaker het geval zou zijn: een doorslaand succes mocht je het eerste stadsvernieuwingsproject van Amsterdam toch niet noemen. Van de oorspronkelijke krotbewoners kon maar een kleine minderheid in de nieuwbouw terugkeren. Voor de meesten viel de huur te hoog uit. Ook al was die maar f 1,70 per week, in de Jordaan woonden vele gezinnen die maar 65 cent konden opbrengen. Het oorspronkelijke doel: betaalbare nieuwbouw voor de krotbewoners, was maar zeer ten dele bereikt. De woningen staan er nu nog – en in redelijke staat. In 1909 bouwde Van der Pek nog een badhuis bij het complex, maar dat is in 1986 gesloopt.
Op de begane grond bij de Jordaanwoningen was een kantoortje voor de woonopzichteres, die de huur ophaalde en op alle mogelijke gebieden een oogje in het zeil hield. Die functie werd vervuld door Louise Went, een van de eerste maatschappelijk werkers in Nederland (het Louise Wenthuis tegenover het Amstelstation, het belangrijkste gebouw van de eerste vrouwelijke architect Margreet Kropholler, is naar haar vernoemd). Van der Pek en Went traden in 1901 in het huwelijk. Het was een modern, sportief echtpaar, dat wandeltochten ondernam en cultuur beoefende – Louise Went zong verdienstelijk. Het huwelijk zou kinderloos blijven.

Buitenbeentje Kalverstraat
Jan Ernst van der Pek was in 1865 ter wereld gekomen in de Kalverstraat, waar zijn vader een behangerszaak annex meubelstoffeerderij dreef. In 1885 begon hij aan de opleiding tot bouwkundig ingenieur aan wat toen nog de Polytechnische School in Delft heette. Hij studeerde vier jaar later af bij de eerste Nederlandse hoogleraar bouwkunde, de van oorsprong Duitse en nogal traditionele Eugen Gugel. Zijn eerste opdracht kreeg hij van zijn vader: de herbouw van het woon/winkelpand aan de Kalverstraat, dat door brand was verwoest, en nu als proeflokaal voor een wijnhandel in gebruik kwam.

Het is een buitenbeentje in zijn oeuvre gebleven. Te zien is dat hij nog werkte in de sfeer van de Hollandse neostijlen; Jos Cuypers – de zoon van Pierre (Centraal Station) – was zijn eerste grote voorbeeld. In de gevel plaatste hij nu wat absurd overkomende koppen van het gezin Van der Pek (waarvan de moeder was overleden), gemaakt door onder anderen beeldhouwer Lambertus Zijl, die later veel voor Berlage werkte. Van der Pek raakte goed bevriend met Berlage, die hij waarschijnlijk via Zijl leerde kennen. Berlage hielp hem los te komen van zijn jeugdinvloeden: na de winkelgevel aan de Kalverstraat 28 is er nooit meer zoiets classicistisch uit zijn handen komen. Voor Van der Pek was dat voortaan ‘schijnkunst’. Evenzogoed is het pand tegenwoordig een gemeentelijk monument; zoals bijna overal in de Kalverstraat gaat het onderste deel van de gevel schuil achter de hippe pui van een modezaak.

Op een enkele villa na zou Van der Pek zich met arbeidershuisvesting bezig blijven houden. Na het Jordaanproject bouwde hij 32 daglonerswoningen in de Polanenstraat (Spaarndammerbuurt,1902). Het was min of meer een experiment: hoe kon zo goedkoop mogelijk aanvaardbaar worden gebouwd? De huren kwamen uit op f 1,45 tot f 2,20 per week. Het blok werd door de opdrachtgever, de filantroop C.W. Jansen, geschonken aan de Vereeniging Amsterdamsch Bouwfonds, waarvan Van der Pek medeoprichter was. Het was de eerste keer dat er een gemeenschappelijke zandbak voor de kinderen was aangelegd. De woningen zijn in 1974 gerenoveerd en staan er nog.

Ingebouwde kasten
In 1901 werd de Woningwet ingevoerd. Die was onder meer geïnspireerd door de onderzoekingen van Van der Pek. Voortaan zou volkshuisvesting een overheidstaak zijn. Bestemmingsplannen, bouwvergunningen en corporaties waren de nieuwe begrippen. In 1903 werd de Bouwvereniging Rochdale opgericht – genoemd naar de Engelse textielplaats waar het corporatieprincipe zijn oorsprong vond. Van der Pek bouwde voor Rochdale in 1908 de eerste Amsterdamse woningwetwoningen. Ze staan er nog steeds in de Van Beuningenstraat en nog steeds heeft Rochdale ze in de verhuur. Het waren de eerste arbeidershuizen met ingebouwde kastruimte.

Van der Pek was ook de eerste die arbeiderswoningen van een gemeenschappelijke tuin voorzag. Maar dat complex staat in Den Haag. Het voorbeeld werd in Amsterdam gevolgd in 1911, met 88 woningen in de Balistraat (Indische Buurt), opnieuw voor Rochdale. Dit project is tevens een van de eerste voorbeelden van strokenbouw (in parallelle rijen). Bij een renovatie in 2008 werd het aantal woningen teruggebracht tot 62.

Vanaf 1912 had Van der Pek een atelier op de bovenverdieping van zijn zelfgebouwde huis op de Weteringschans. Het echtpaar Van der Pek-Went bezat een tweede huis in Santpoort, eveneens naar eigen ontwerp. Van der Pek was ook docent, onder andere in het vak arbeiderswoningbouw aan het Voortgezet en Hooger Bouwkunstonderricht, de architectuuropleiding aan de Rijksacademie van beeldende kunsten. Hij zat in menig bestuur, bijvoorbeeld van het Burgerlijk Armbestuur, waaruit de Sociale Dienst zou voortkomen.
Zijn belangrijkste werk is tegenwoordig een rijksmonument: het eerste tehuis voor alleenstaanden in Amsterdam in de Marnixstraat. Alleenstaanden waren een vergeten groep voor wie er weinig anders opzat dan kostganger te worden, met alle nadelen van dien. Ongehuwdenhuisvesting bestond al in Duitse steden, die Van der Pek tijdens een studiereis heeft bezocht. Het Amsterdams Tehuis voor Arbeiders werd in 1916 gebouwd.

luchtfoto van der pekbuurt

luchtfoto van der Pekbuurt – Bron: Aerophotostock


Van der Pekbuurt
Van der Pek ontwierp ook het karige meubilair en maakte zelfs enkele schilderijen voor de opvallend royale gemeenschappelijke ruimten – die deels ook voor buitenstaanders toegankelijk waren. Een deel van de 350 kamertjes van 2,20 bij 3,10 meter was bedoeld voor oudere of zwakke ‘logeergasten’ en had centrale verwarming. Er zaten ook twee dienstwoningen in. De vrijheid van de commensalen was overigens beperkt: ze werden geacht hun kamer overdag te verlaten. In 1979 is het gebouw gereviseerd; tegenwoordig zitten er seniorenwoningen in.

Er staan er nog veel andere woningbouwprojecten van zijn hand in Amsterdam. In de Hasebroekstraat, de Agatha Dekenstraat, de Borgerstraat (188 woningen uit 1912, zijn grootste project, gerenoveerd in 1996), de Barentzstraat en de Kostverlorenkade (waar hij bewondering van collega’s oogstte voor de knappe manier waarop hij de hoek verwerkte), om er enkele te noemen.
Wie met de Tolhuispont naar Amsterdam Noord gaat, komt al snel op het Van der Pekplein en de Van der Pekstraat. Die zijn met reden naar hem genoemd. Jan Ernst van der Pek ontwierp in 1916 het stedenbouwkundig plan en vrijwel alle woningen voor de Van der Pekbuurt – toen Buiksloterham geheten. De vele gebogen straten met laagbouwwoningen vormen een ‘echo van de grachtengordel’. In de Tweede Wereldoorlog liep de wijk zware schade op door een geallieerd bombardement en kon slechts gedeeltelijk worden herbouwd. De huidige beheerder, woningcorporatie Ymere, heeft plannen voor een ingrijpende renovatie. Velen van de bijna 5000 bewoners verzetten zich uit vrees voor stevige huurverhoging. Nadat de deelraad Noord zich ertegen keerde, hangen de plannen aan een zijden draadje.
Jan Ernst van der Pek heeft de oplevering van de buurt in 1926 niet meer meegemaakt. Hij overleed al jong – op zijn 53ste – aan een hartkwaal. De uitvaart trok behoorlijk wat aandacht en burgemeester Jan Willem Tellegen behoorde tot de sprekers. Zijn vrouw Louise overleefde hem 32 jaar.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het blad Ons Amsterdam. Het artikel is geschreven door Sjaak Priester. Het is onbekend wanneer dit in Ons Amsterdam is gepubliceerd.
 
 
Bron: Ons Amsterdam
 
lijn