Katholiek machtsvertoon in Noord

Pater van Bohemen

Pater van Bohemen met koor tijdens de laatste eucharistieviering. – Bron: Beeldbank Amsterdam

Als hij in 1995 na de paasviering voorgoed de deur van de kerk achter zich sluit, kan pastoor Jan van Bohemen de ogen nog wel droog houden. Het kerkgebouw is te groot geworden voor zo weinig kerkgangers: 500 zitplaatsen (waar in de hoogtijdagen wel 1100 mensen bijeen kwamen) met nog maar zo’n 40 parochianen her en der verspreid op de voorste bankjes. Het is zelfs voor de meest bevlogen pastoor moeilijk om daar inspiratie uit te putten. Maar dat de voorwerpen uit de Sint Ritakerk worden opgehaald en verdeeld over nog wel levendige parochies in Amsterdam, dat doet pijn. De doopvont en de standaard voor de paaskaars naar de Willem de Zwijgerkerk, en ga zo maar door.

De parochie van de Sint Ritakerk heeft 77 jaar bestaan. Haar geschiedenis begint in 1918. Amsterdam heeft de sprong over het IJ gewaagd. De katholieke woningbouwverenigingen Dr. Schaepman en Het Oosten slaan stevig aan het bouwen op de goedkope grond in Noord. De katholieke bewoners zijn voor kerkgang en school echter aangewezen op ver weg gelegen locaties, aan de andere kant van het IJ of Nieuwendam. Daarom wordt de Sint Ritakerk gebouwd, een hulpkerkje aan de Laanweg.

voorlopige Sint Ritakerk

De voorlopige Sint Ritakerk aan de Laanweg.
Bron: Beeldbank Amsterdam

Maar de roomsen hebben grootsere plannen. Om hen tegemoet te komen verkoopt de gemeente een strook grond aan het Groot Noord-Hollandsch Kanaal, die eigenlijk onbebouwd zou blijven en deel uit zou maken van een groene zone langs het kanaal. In een paar jaar tijd verrijst een voor het noorden van Nederland ongebruikelijk uitgebreid katholiek complex: een zusterklooster met kapel, vijf scholen, enkele woningen en een kerk met pastorie. Deze nieuwe Sint Ritakerk op het Hagedoornplein vervangt de nabijgelegen hulpkerk. Wie op de kaart kijkt kan nog goed zien hoe dit katholieke domein een aparte plaats inneemt in de verder tot op heden ononderbroken, brede groenstrook langs het kanaal.

Uiteraard moet de architect ook rooms zijn. Het wordt A.J. Kropholler, die zich in 1908 tot het katholicisme bekeerde en zich sindsdien toelegt op de kerkenbouw. En de aannemer? Ook die moet naar bisschoppelijke voorschriften uit katholieke kandidaten gekozen worden, “tenzij hun prijsopgaven te hoog zouden zijn”. En zo verrijst in een onwaarschijnlijk hoog tempo, tussen juli 1921 en juni 1922, de imposante Sint Ritakerk.
De Sint Ritaparochie beleeft een periode van grote bloei, mede dank zij het voortdurend uitdijen van Noord. De gezinnen zijn kinderrijk, het katholieke jongerenwerk voorziet in een behoefte om de jeugd op het rechte pad te houden, er is veel parochiewerk te doen. Tijdens speciale vieringen moeten er zelfs klapstoeltjes in de gangpaden worden neergezet, zo druk kan het zijn.

Sint Ritakerk beschadigd

Het vernielde complex van de Sint Ritakerk.
Bron: Beeldbank Amsterdam

De eerste grote wond wordt geslagen op zaterdag 17 juli 1943, als de parochie haar 25-jarige bestaan viert. Er bevinden zich meer dan 700 kinderen en vele volwassenen in de kerk. De geallieerden doen een poging de nabijgelegen, door de Duitsers geëxploiteerde Fokkerfabrieken te bombarderen. Een regen van bommen daalt neer op Amsterdam-Noord. Geen ervan treft de Fokkerfabrieken. Ze vallen midden in een woonwijk, met 179 doden en meer dan 300 gewonden als gevolg. Het dramatische bombardement wordt in Noord nog ieder jaar herdacht. Een van de bommen slaat een gat van zeven meter doorsnee en drie meter diep in de vloer van de kerk, midden tussen de feestgangers. Er zijn wonderlijk genoeg maar twee kinderen en negen volwassen slachtoffers te betreuren.

Rita’s lenteroos
Na de oorlog begint ook de Ritaparochie de gevolgen van de ontkerkelijking te ondervinden. De kerk is groot en duur in onderhoud, terwijl het aantal parochianen stelselmatig afneemt. Al in 1966 worden plannen ontwikkeld om het kerkgebouw tot sporthal om te toveren, maar uiteindelijk valt de keuze op de Openbare Bibliotheek als onderhuurder in de zijvleugel, die in 1973 haar nieuwe locatie betrekt.

Als pater Van Bohemen in 1973 zijn intrede doet in de Sint Ritakerk, treft hij een geloofsgemeenschap met vooral oudere parochianen aan. Natuurlijk, er zijn nog wel hoogtepunten, zoals het 60-jarige bestaan van de parochie in 1978. Er wordt een jaar lang gefeest, met bingo’s en taartverlotingen. Maar het vuur is eruit. Ook de handreiking aan de Surinaamse gemeenschap, waar de ontkerkelijking nog niet zo nijpend is, biedt geen soelaas. In het eerste jaar is er een gezellig samenzijn, maar het jaar daarop laten de Surinamers het al afweten. De parochie blijft wit en grijs. De stadsvernieuwing in Noord in de jaren tachtig is de nekslag. Vele parochianen keren na hun herhuisvesting niet meer terug. Voor hen in de plaats komen nieuwe gezinnen, met andere geloofsrichtingen. Als pater Van Bohemen in 1995 met emeritaat gaat, sluit hiermee ook de Ritakerk definitief haar deuren.

Sint Ritakerk nu

De Sint Ritakerk in 2016. – Foto: Ruud Slagboom

Onder de dakspanten bevinden zich nu de fraaie kantoren van de Amerikaanse filmmaatschappij Universal Studios. Maar verder ademt alles aan het gebouw nog kerk. Pater Van Bohemen geniet in de naastgelegen pastorie, zijn woning, nog dagelijks van het prachtige glas-in-loodraam, waarin het leven van de Heilige Rita is vastgelegd. De Heilige Rita, zo wil de legende, hield op haar sterfbed in de koude wintermaand van februari een bloeiende roos vast, die zojuist vers geplukt was in haar eigen rozentuin. Boven de kerkdeuren prijkt dan ook, onaangetast door de tijd, de inscriptie: “Zelfs in guren wintertijd bloeien lenterozen op St. Rita’s gebed.”

Dit artikel is eerder verschenen in het blad Ons Amsterdam. Het artikel is geschreven door Annegriet Wietsma en is gepubliceerd in september 2007.
 
 
Bron: Ons Amsterdam
 
lijn