Pontveren

Geschiedenis
Het “Buiksloterveer” werd al in 1308 genoemd, maar was waarschijnlijk nog ouder waarmee dit veer één van de oudste openbaar vervoer verbindingen in Nederland is. Dit veer, dat vertrok vanaf de Texelschekade, voer echter niet naar de Volewijck maar meer westelijk naar de Buiksloterham, nabij Buiksloot. Het veer was een “heerlijk recht” van de graaf van Holland, die het veer verpachtte. In 1556 werd het veer door Amsterdam gekocht, maar de stad verpachtte het weer, waardoor men eisen kon stellen. In 1660 werd het veer verlegd naar de Volewijck, dat inmiddels tot Amsterdam behoorde. Hier verschenen een commissarishuisje en het Tolhuis.

Sinds de zestiende eeuw tot na 1875 bestond ook het Durgerdammerveer.

pont-oostveer

In 2014 ging de Oostveer open
Foto: Ruud Slagboom, 2015

Sinds 1897 wordt de dienst tussen het Amsterdamse Centraal Station en het Tolhuis aan de Buiksloterweg in Amsterdam-Noord verzorgd door de Gemeenteveren Amsterdam (GV). In de loop van de 20e eeuw kwamen er nog diverse veerdiensten bij, zoals de pont naar de Adelaarsweg en tussen de Distelweg en Tasmanstraat. Ook waren er diverse kleine IJ-veren naar onder meer Nieuwendam, Schellingwoude, de Boorstraat en naar de Papaverweg. Ook over de Amstel bestonden er drie veerdiensten.

In 1943 ontstond het Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam (GVB) door fusie van de Gemeentetram met de Gemeenteveren.

Door het gebrek aan brandstof (steenkool) in de hongerwinter in 1945 werd met vijf ponten enige maanden lang een pontonbrug over het IJ gevormd tussen de De Ruijterkade en de Buiksloterweg. Deze kon op gezette tijden voor de scheepvaart worden geopend.

Diverse veerdiensten werden in de loop der jaren opgeheven, deels als gevolg van vervanging door brugverbindingen. Zo voer het laatste veer over de Amstel tot de opening van de Utrechtsebrug in 1956. In 1961 resteerden alleen nog de veren III en IV die alleen nog in de spitsuren voeren.

IJ-veer III (de Ruijterkade – Grasweg – Distelweg – Papaverweg) voer op 31 oktober 1968 voor het laatst en werd vervangen door buslijn 22E, later 39E en nog later lijn 235, vanaf de Buiksloterweg naar de Grasweg en Distelweg en een enkele rit vanaf het Centraal Station.

IJ-veer IV (de Ruijterkade – Boorstraat) voer op 31 december 1970 voor het laatst en werd vervangen door de door de IJtunnel rijdende buslijn 32E, later uitgevoerd door bussen van spitslijn 31.

Bij de opening van de IJtunnel op 31 oktober 1968 werd het Valkenwegveer opgeheven. Van 1924 tot 1931 voeren met dit veer de buslijnen B, C en L mee. In 1974 kwam het Valkenwegveer weer in de vaart tijdens de rantsoenering van benzine. Het autoverkeer werd naar deze veerdienst verwezen omdat het Buiksloterwegveer alleen nog bestemd was voor voetgangers, fietsers en GVB-buslijn 22. Deze buslijn werd later vernummerd in lijn 39 en had op de pont zelfs een halte.

Met de bouw van bruggen en tunnels is de rol van de veerponten teruggedrongen, maar vooral voor voetgangers en fietsverkeer vervullen de IJ-veren nog een belangrijke rol en sinds de bebouwing van het Oostelijk Havengebied en de Noordelijke IJ-oevers zijn sinds de jaren 90 ook weer nieuwe veerdiensten ingesteld.

Met ingang van 19 december 2007 werden ook de veerdiensten over het Noordzeekanaal bij Zaandam, Buitenhuizen en IJmuiden van het Rijk door Amsterdam overgenomen maar werden door Connexxion in Connexxion-huisstijl geëxploiteerd. Sinds 1 juli 2013 ging de exploitatie over naar het GVB.

Distelwegveer (lijn 900) voor auto’s
Voorts was er nog sinds 1957 het Distelwegveer, waarmee tot 30 maart 2007 ook auto’s konden worden overgezet: van de Tasmanstraat (Oude Houthaven) in Amsterdam-West, naar de Distelweg in Amsterdam-Noord. Hier werden de laatste twee nog aanwezige grote ponten ingezet. Op 21 november 2006 heeft de gemeente Amsterdam besloten om dit veer te laten vervallen. De reden hiervoor was dat dit veer nog van voor de tijd van de tunnels dateerde en derhalve nog steeds auto’s en vrachtauto’s vervoerde. Het Distelwegveer had tevens een functie als route voor gevaarlijke stoffen. Eind december 2006 besloot het college van B&W het veer te behouden voor voetgangers en fietsers.

Waterbus
In het najaar van 1986 vond een proef plaats met de waterbus Annemieke die in de avonduren drie vaarten maakte van de Motorkade in Noord naar de net geopende Stopera. De laatste vaart kon in verband met het spuien van de grachten slechts tot de Snoekjesgracht varen. Later kwamen er ook nog aanlegplaatsen bij het IJplein en de Oosterdoksdam. Voorjaar 1987 werd ook zaterdag overdag gevaren. Desondanks waren er onvoldoende passagiers en werd de proef stop gezet.

Historische veerponten over het IJ
Van de vroegere kleine IJ-veren die tot 1971 alleen passagiers (geen voertuigen) vervoerden zijn er twee als museumvaartuigen in Amsterdam teruggekeerd en bewaard gebleven (IJ-veer XI en IJ-veer XIII). Hiermee worden op zondagen van april tot oktober vaartochten vanaf de De Ruijterkade naar het KNSM-eiland, Nieuwendam en soms naar IJburg, Pampus en het Amsterdamse Bos gehouden.
 
 
Bron: Wikipedia
 
lijn