Tuindorp Nieuwendam

De Amsterdamse wijk Tuindorp Nieuwendam ontleent zijn naam aan het gelijknamige tuindorp. Het is gelegen in stadsdeel Amsterdam-Noord (in de Nederlandse provincie Noord-Holland) tussen het water van de Kleine Die en de Schellingwouderbreek, en tussen de Watergangseweg en de Nieuwendammerdijk.

Tuindorp Nieuwendam is aangelegd in 1924-1934 door de gemeente Amsterdam, even ten noorden van het oude dorp Nieuwendam en ten oosten van de Nieuwendammerstraat, waar de Bouwvereeniging Nieuwendams Belang in 1915 was begonnen aan de bouw van arbeiderswoningen. Een hele woonwijk met dergelijke arbeiderswoningen en villa’s had al jaren gereed moeten zijn, zoals het was bedacht in een uitbreidingsplan van de gemeente Nieuwendam uit 1909. Hiervan was de bouw gestokt door de watersnoodramp van 1916 en de gestegen bouwkosten door de Eerste Wereldoorlog. Daardoor was een groot deel van het gebied dat in het uitbreidingsplan van 1909 was aangewezen als nieuwe woonwijk, nog onbebouwd gebleven. De behoefte aan degelijke en betaalbare woningen voor arbeidersgezinnen was echter groot. Er waren in Amsterdam-Noord nieuwbouwlocaties nodig om een tegenwicht te bieden aan de verpauperde volksbuurten in de binnenstad. Bovendien wilde men de groeiende groep arbeiders van de nieuwe industrieën en scheepsbouw aan de noordoevers van het IJ dichtbij hun werk huisvesten, om te voorkomen dat een dure oeververbinding tussen de binnenstad en Amsterdam-Noord nodig zou worden. De plannen die er lagen in Nieuwendam, strookten echter niet met de vooruitstrevende ideeën die men aan de andere kant van het IJ had over volkshuisvesting. Oud-burgemeester mr. dr. J. Versteeg van Nieuwendam werd secretaris van de Gemeentelijke Woningdienst, en kwam in zijn nieuwe werkkring tot het inzicht dat het oorspronkelijke plan vele tekortkomingen had.

Berend Boeyinga
Het nieuwe stedenbouwkundig plan werd gemaakt door de architect Berend Boeyinga, destijds nog in dienst bij de Gemeentelijke Woningdienst. De wijk heeft een besloten landelijk karakter met pleintjes en straten met een korte zichtlijn. De bouwhoogte was maximaal twee lagen met een kap. Tussen de woningen zijn gemeenschappelijke grasvelden aangelegd. Tussen 1930 en 1934 werd het tuindorp aan de oostzijde van de Volendammerweg en de Monnickendammerweg al uitgebreid met meer dan honderd woningen.

Hoogtepunt
De woningbouw was voor die tijd zeer modern. Zo waren de woningen voorzien van een badkamer. De bouwstijl van Tuindorp Nieuwendam is een hoogtepunt in de landelijke variant van de Amsterdamse School. Bijzonder is de combinatie van zadeldaken met pannen en houten gevelbekleding. Berend Boeyinga zelf heeft de kenmerkende winkels met luifels en poortwoningen ontworpen aan het centraal gelegen Purmerplein. Deze zijn nu rijksmonument net als de zogenoemde keukenwoningen in de achter de poortwoningen liggende straten en de zogenoemde bankwoningen rondom het Monnickendammerplantsoen. Andere architecten die bijdroegen aan Tuindorp Nieuwendam, waren Jan Boterenbrood, J.H. Mulder, Jordanus Roodenburgh en Jouke Zietsma (1893-1962).

Schoolgebouw
Ook het schoolgebouw aan het Wognummerplantsoen is rijksmonument. De bouwstijl van dit gebouw uit 1925 is kubistisch en wijkt daarmee af van de overige bebouwing. Het voormalige schoolgebouw aan de Schermerstraat (ontworpen door P.L. Marnette in 1924-1925) is versierd met de beelden ‘Fluitende Faun’ en ‘Joris op het paard met slangenkop’ van Hildo Krop.

Verkeer
In de oorspronkelijke opzet lag Tuindorp Nieuwendam sterk geïsoleerd ten opzichte van de rest van Amsterdam. Al het verkeer moest via de smalle Nieuwendammerdijk. Door het isolement is een uitzonderlijk actief verenigingsleven ontstaan. Pas na de Tweede Wereldoorlog is aan de westzijde de Purmerweg aangelegd, samen met nieuwbouw van woningen. Rond het Enkhuizerplein kwamen duplexwoningen. Deze Airey-woningen uit 1949 waren ontworpen door Johannes F. Berghoef.
 
 
Bron: Wikipedia
 
lijn