Walvissen in Noord

Het onderstaande artikel, dat in maart 2013 op de website van rodi.nl is gepubliceerd, is geschreven naar aanleiding van de expositie ‘Walvissen in Noord’. Deze expositie werd in het voorjaar 2013 gehouden in Museum Amsterdam Noord. De expositie verteld de geschiedenis van de walvisvaart en haar relatie tot Amsterdam Noord.

‘Ware afbeeldinge van de traenkokerijen op Oostsanen’ door Adriaen van Salm, ca. 1770. – Bron: Collectie Zaans Museum.

Oostzaan
Vanaf het begin in de 17de eeuw van de walvisvaart leverde het dorp Oostzaan bemanningen voor de walvisvaarders. Enkele tientallen jaren later voldeden de traankokerijen op Spitsbergen (Smerenburg) en Jan Mayeneiland niet meer. Er moesten traankokerijen moesten in de thuishavens komen. Traankokerijen maakten van het walvisspek lampolie, maar het stonk vreselijk en dat wilde Amsterdammers niet binnen hun stadsgrenzen hebben.

Maar de Oostzaners waren er als de kippen bij en bouwden ze aan het Twiske bij de Oostzanerdijk. Daarna duurde het niet lang of vanuit Oostzaan werden geheel eigen expedities georganiseerd. Er kwamen ook pakhuizen aan de Oostzanerdijk. In de 18de eeuw vertrokken wel vijf Oostzaanse Walvisvaarders met ieder zo’n veertig tot vijftig man aan boord. Het aantal traankokerijen was gestegen tot twaalf stuks, want ze kookten ook traan van Amsterdamse walvisvaarders.

Bij elkaar bood dit voor honderden mensen werk.

Margarine
In de haven van Nieuwendam werden regelmatig walvisvaarders gerepareerd. In de 18de eeuw kwam ook hier een traankokerij en werd Nieuwendam thuishaven van walvisvaarders. Ook woonden onder hier commandeurs (kapiteins) van walvisvaarders, net als in Buiksloot en Ransdorp.

In de 19de eeuw kwam de walvisvaart stil te liggen. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam hier weer verandering in. Bij scheepswerf ADM aan de Meeuwenlaan werd een tankschip omgebouwd tot een fabrieksschip dat walvissen tot traan verwerkte. Bij het fabrieksschip worden acht snelle jagers (voor het merendeel vroegere mijnenvegers) voor de vangst ingezet in de zuidelijke poolzeeën.

De bekende Amsterdamse rederij Vinke & Co nam de organisatie op zich van de nieuwe Nederlandsche Maatschappij voor de Walvischvaart. De traan werd vooral gebruikt voor het maken van margarine en bakolie. Daar was net na de oorlog groot gebrek aan.

Walvisjacht bij Spitsbergen, 1690. – Schilderij van Abraham Storck.

Enthousiast
De walvisvaarder Willem Barendsz was bekend bij iedereen in de periode na de Tweede Wereldoorlog. Het was de grote walvisvaarder van Nederland van 1946 tot 1964 en heel populair onder de bevolking. Onder meer bij het Centraal Station werd de Willem Barendsz enthousiast uitgezwaaid toen deze vertrok.

De latere tegenstanders van de walvisvaart hebben ook een relatie met Amsterdam-Noord. De schepen van Greenpeace worden al sinds jaar en dag onderhouden bij de Oranjewerf (aan het eind van de Nieuwendammerdijk). Het actieschip Sirius van Greenpeace ligt al lange tijd aan de kade van de NDSM-werf. En Greenpeace Nederland gaat zich in 2014 hier ook vestigen.
 
 
Bron: Rodi
 
 

X