Berend Boeyinga – Knusse tuindorpen en koele kerken

In het blad Ons Amsterdam staat een leuk artikel over Berend Boeyinga en tuindorp Nieuwendam. Het artikel is geschreven door Sjaak Priester en is gepubliceerd in oktober 2012.

Berend Boeyinga
Hij geldt als een representant van de Amsterdamse School, maar in zijn latere werk week hij daar ver vanaf. Een hoogtepunt in zijn oeuvre is Tuindorp Nieuwendam met de vriendelijke rode pannendaken. Boeyinga tekende het plan en bouwde er ook zelf. Later specialiseerde hij zich in heel wat anders: kerkenbouw.

Portret van Boeyinga – Fotograaf: onbekend

Dat Berend Boeyinga vooral bekend zou worden als architect van gereformeerde kerken, lag al in zijn afkomst besloten. Hij kwam op 27 maart 1886 ter wereld in het gezin van een gereformeerde predikant in Noord-Scharwoude. Zijn vader was geen gewone dominee, maar van oorsprong een timmerman die op grond van ‘singuliere gaven’ zoals godzaligheid, ootmoed en welsprekendheid zonder formele theologische opleiding tot het ambt was toegelaten. Berend Tobia Boeyinga was de tweede van vier kinderen en de oudste zoon; zowel het geloof als het veredelde timmeren zou zijn verdere leven bepalen.

In 1903 voltooide hij de ambachtsschool in Middelburg, nabij het Zeeuwse Arnemuiden, waar het domineesgezin kort na Berends geboorte heen was verhuisd. De gedachte zich te bekwamen in de architectuur had zich toen al in hem vastgezet; de ambachtsschool was in die tijd een gebruikelijke eerste stap. Voor zijn verdere vorming verhuisde hij naar Amsterdam.

Amsterdamse School
In 1907 werd hij timmermansgezel en deed de nodige ervaring op bij verschillende architectenbureaus. Zo werkte hij als leerling bij Willem Kromhout (1864-1940), die in 1902 het fameuze American Hotel aan het Leidseplein had gebouwd. Later kwam hij terecht in de kraamkamer van de Amsterdamse School, het architectenbureau van Eduard Cuypers, waar ook mensen als De Klerk, Kramer en Van der Mey zich begonnen te ontplooien. Ook Boeyinga wordt tot de Amsterdamse School gerekend, al week hij er in zijn latere leven ver van af.

Naast zijn werk volgde hij vanaf 1909 ook een avondopleiding tot architect aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Zijn belangrijkste leermeester daar was Amsterdamse School-architect Jan van der Mey, die later het Scheepvaarthuis zou bouwen. Boeyinga deed ongebruikelijk lang over die opleiding, omdat hij een tijdlang een baan had als tekenaar in Nijmegen én vanwege de mobilisatie als dienstplichtige voor de Eerste Wereldoorlog. In 1917 werd hij bij wijze van stage assistent-architect bij Michel de Klerk, de laatste fase. In 1919 mocht hij zich architect noemen.

Hij was toen al getrouwd, in 1913 met Adriana Gunst. Het paar kreeg een zoon en drie dochters. Zijn vrouw was jarenlang ernstig ziek en het echtpaar leefde een tijd gescheiden. In 1930 zou Boeyinga na een definitieve scheiding voor de tweede keer trouwen, met de voordrachtskunstenares Molly Mellius. Uit dat huwelijk kwam een zoon voort, de pianist-componist Benito Boeijinga, die zijn naam met ‘ij’ schreef, de manier waarop zijn vader bij de burgerlijke stand ingeschreven stond.

Cover van het boek

Uitgeverij Smit van 1876 heeft in 2007 een boek uit gegeven met de titel “Omhoog Boeyinga en de gereformeerde kerkbouw architectuur”. Het is een genaaid boek van 116 pagina’s.

Op de website van de uitgever kunt u dit boek nog aanschaffen.
 
 
Bron: Ons Amsterdam en Uitgeverij Smit van 1876
 
 

X