De centrale van Louis Mohrmann

Louis G. Mohrmann (1866-1922) – Bron: www.theobakker.net

Een van de meest toonaangevende mensen van de Laanweg was Louis Mohrmann, een vooraanstaande bouwmeester en makelaar van beroep. Hij was op 16 juli 1866 geboren als Louis Guillaume Mohrmann in Workum (Friesland), als zoon van een manufacturenhandelaar. De kleine Louis had niet zoveel interesse in garen en band en voelde meer voor hout en spijkers. Na de ambachtsschool in Leeuwarden te hebben dooropen trok hij naar Amsterdam , waar hij in de leer ging bij de firma Hoogeman in de Binnen Brouwersstraat.

Als bouwmeester deed hij van zich spreken door het ontwerpen en bouwen van een winkelpand aan de Haarlemmerdijk 74 en twee percelen met bergruimte aan de Haarlemmer Houttuinen, voor rekening van de firma Vesta, een groothandel in meubilair. Louis had ook een vooruitziende blik want hij wilde zich ontplooien aan de andere kant van het IJ. Hij
 wilde daar woonhuizen bouwen. Reeds In 1900 kreeg hij van het B&W van Amsterdam vergunning om een huis te bouwen aan de Laanweg in de Buiksloterham. Hij bouwde op nummer 10 een zeer statig woonhuis, l’Esperance en een stoomtimmerfabriek.

Het ging Louis voor de wind en hij bouwde aan de even zijde nog enkele prachtige panden. Over werk had hij niet te klagen; hij werkte veel voor Vroom en Dreesman, bouwde de Plazabioscoop in de
Kalverstraat en aan de Laanweg ook nog de voorlopige Sint Ritakerk. Bovendien kregen de panden aan de Laanweg elektriciteit!!

Mohrmanns villa l’ Esperance aan de Laanweg 10 – Foto: Stadsarchief Amsterdam

Elektriciteit
Mohrmann bouwde dat het een lust was, maar aan de Laanweg bleek toch dat de huurders niet in de rij stonden voor de nieuwe woningen. Men was niet erg gecharmeerd van de petroleumverlichting. Voor zijn timmerfabriek wilde hij elektriciteit gebruiken en hij bouwde in zijn werkplaats een centrale, waar de dynamo werd aangedreven door de stoommachine. Doordat het aantal afnemers van zijn stroom steeg, bouwde hij achter de percelen 18a-18f een nieuwe werkplaats met een sterkere centrale, welke werd aangedreven door een machine gestookt op houtafval.

Omdat de centrale maar een beperkte capaciteit had moest zuinig met de stroom worden omgesprongen. In totaal had hij toen 30 afnemers , waaronder drie bedrijven en de noodkerk waar hij 24 uur per dag stroom aan leverde. De particulieren konden alleen maar stroom afnemen van zonsondergang tot zonsopgang. De prijs was 15 cent per kilowattuur, met een minimumbetaling van 30 tot 50 gulden per jaar. Om elektriciteit te sparen mocht men in de avonduren slechts lampen van 16 watt laten branden en ‘s nachts, als het echt nodig was, lampen van maar 8 watt.

De als voorlopig bedoelde Sint Ritakerk aan de Laanweg – Foto: Stadsarchief Amsterdam


Mohrmann bouwde de meeste huizen aan de even zijde en de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen ‘Nieuw Amsterdam’ had de percelen aan de andere kant van de weg gebouwd. Zij wilden de omgeving aantrekkelijk maken door straatverlichting aan te leggen. Na veel gesteggel met B&W van Amsterdam kregen zij toestemming met de aanleg van elektrische straatverlichting. Mohrmann leverde de stroom en de Maatschappij betaalde als tegemoetkoming in de kosten ƒ 20,- p/mnd.

In 1904 werd aan de Laanweg de eerste elektrische straatverlichting aangelegd. Het hoeft geen betoog dat er weleens storingen waren, maar de zonen van Louis vonden het geen straf om als monteur op te treden. Bang dat te zijner tijd, de Gemeente Amsterdam de stroomlevering aan de Laanweg door hun eigen elektriciteitsbedrijf zou uitvoeren, heeft Mohrmann in 1910 de Gemeenteraad zijn zorgen kenbaar gemaakt. De gemeente stemde er in toe dat zij gedurende 15 jaar geen stroom zou leveren aan de panden die waren aangesloten op het elektriciteitsnet van Mohrmann, voor een lagere prijs dan de 15 cent. Dat was immers de prijs die Mohrmann berekende. Tevens eiste hij ook de 20 gulden per maand die hij tot nu toe ontving van de van de maatschappij. Als de gemeente de stroomlevering overnam zou hij die inkomsten missen. De gemeente wilde dat in eerste instantie niet betalen, maar door tussenkomst van Gedeputeerde Staten ging men toch overstag.

Op 21 september 1910 werd de gemeente eigenaar van de Laanweg en moest dus de openbare verlichting aanbrengen, maar vond de aanleg te duur. Men wilde niet overgaan tot het plaatsen van petroleumverlichting en vond een tussenoplossing om met Mohrmann een overeenkomst aan te gaan om de Laanweg elektrisch te blijven verlichten. Deze afspraak ging in op 1 januari 1911 en werd van jaar tot jaar verlengd. Op 1 januari 1914 werd deze overeenkomst beëindigd doordat de gemeente besloot om de Laanweg op te nemen in de openbare gasverlichting…


Mohrmann moest, als hij de energielevering op een goede manier wilde voortzetten, wel overgaan tot aanschaf van nieuwe apparatuur. Hij wilde dus ook wel van de concessie af. De Gemeenteraad gaf goedkeuring voor een vergoeding voor het afkopen van deze afspraak. Men betaalde 4000 gulden terwijl de boekwaarde van de centrale 5600 gulden was. Op 1 maart 1914 was het bedrijf van Mohrmann tot het opwekken en leveren van elektriciteit opgeheven. Op 4 maart werd zijn complete inventaris geveild. In 1916 verhuisde Louis Mohrmann naar Maarseveen waar hij de buitenplaats Leeuwenburg kocht. Een schitterend landhuis uit de 16e eeuw, waar geen elektrisch licht was.

Op 6 oktober 1922 overleed Louis Mohrmann, slechts 56 jaar oud. Een bijzonder iemand was heengegaan.
 
 
Dit artikel is een hoofdstukje uit het boek (in pdf formaat) “Volewijckslanden”. Dit boek is geschreven door Wim Huissen en uitgegeven in 2014 door Theo Bakker. Het complete boek kunt u hier lezen.

Op de website van Theo Bakker kunt u heel veel boeken in pdf formaat vinden dat over de geschiedenis van Amsterdam gaat.
 
 
Bron: www.theobakker.net
 
 

X