ENTOS – deel 1

Theo Bakker en Wim Huizen hebben een digitaal boek geschreven over de ENTOS. Dit boek wordt hier in drie delen gepubliceerd. Dit is het eerste deel.

Eerste Nederlandsche Tentoonstelling op Scheepvaartgebied (ENTOS)
In 1913 was het 100 jaar geleden dat Nederland van de Franse overheersing was bevrijd en het Koninkrijk der Nederland een vorst had, Koning Willem I. Dat zou groots moeten worden gevierd en de gemeente Amsterdam wilde natuurlijk niet achterblijven. De stad maakte een economische bloei door en wilde groot uitpakken. Al rond 1910 had een aantal binnen- en buitenlandse maritieme bedrijven te kennen gegeven dat zij concurrentie zagen in de toenemende belangstelling voor andere vervoermiddelen, zoals de auto, de trein en wellicht ook het vliegtuig. Ook de Vereeniging tot bevordering van het Vreemdelingenverkeer wilde Amsterdam in het zonnetje zetten. Samen werden ze het al snel eens; we gaan een groots opgezette tentoonstelling op scheepvaartgebied organiseren. De Eerste Nederlandsche Tentoonstelling Op Scheepvaartgebied (ENTOS) was geboren.

De hoofdingang van de ENTOS – Bron Stadsarchief Amsterdam

Organisatiecomité
Er werd een organisatiecomité opgericht onder voorzitterschap van de Heer Harm Smeenge, een geboren Drent en afgestudeerd in de rechten. Hij was een aantal jaren advocaat, kantonrechter en griffier bij het Amsterdams Gerechtshof. Bovendien was hij actief in de politiek als lid van de Liberale Unie, de voorloper van de latere VVD. Voorts zette hij zich in voor de binnenscheepvaart. Hij was voorzitter van de schippersvereniging Schuttevaer, waar hij zich vooral inzette voor het onderwijs aan de schipperskinderen. Kortom een zwaargewicht met een enorm netwerk. Grote namen uit de Amsterdamse scheepvaart kregen ook een plaats in deze commissie, waaronder de rondvaartbotenreder J.H.Bergmann, P.J.M.Verschure, beurtvaarder op havens rond de Zuiderzee en eigenaar van een scheepswerf en machinefabriek. En tot slot Daniël Goedkoop, eigenaar van een scheepswerf en machinefabriek, directeur van de NSM, de voorloper van de NDSM. Omdat de gemeente Amsterdam vooral de Buiksloterham in de belangstelling wilde zetten, was de locatie al bepaald; aan de overkant van het IJ bij het Tolhuis. Een prima plek met water, ruimte, een mooi terras aan het water en het IJ-paviljoen dat de gemeente in 1912 had laten bouwen. Het Tolhuis bleef uiteraard behouden, maar de overige gebouwen op het terrein werden gesloopt. Architect Herman Walenkamp kreeg opdracht om een imposant gebouw te ontwerpen met een geweldige uitstraling. Een indrukwekkende voorgevel met aan beide zijden een toren. Dit front suggereerde een grote hal, maar hierachter lag slechts een groot terrein. Naaste iedere toren stond een groot tentoonstellingsgebouw, waarvan de contouren met verlichting wa- ren geaccentueerd.

Invulling van het terrein
De gemeente Amsterdam ziet hier haar kans om de stad uit te breiden, vooral voor de vestiging van (zware) industrie in dit verder te ontwikkelen gebied. In de gemeenteraad wordt na wat geharrewar besloten om een kleine ƒ200.000 subsidie te verlenen. Voorts wordt het terrein bouwrijp gemaakt en mag het comité kosteloos het terrein, waar de ENTOS wordt gehouden, huren. Ook wordt aan de infrastructuur gedacht en nieuw aan te leggen wegen en te graven waterpartijen komen voor rekening van de gemeente. Deze kunnen immers na de tentoonstelling weer gebruikt worden. Men rekent op zeer veel bezoekers, waarvoor de Gemeente zoveel mogelijk ponten zal inzetten. Het overzetten met deze ponten is kosteloos, omdat een jaar eerder een raadsmeerderheid ervoor zorgde dat de pont gratis werd. Deze ponten meren af aan de Buiksloterweg, vlakbij de hoofdingang.

Plattegrond van de ENTOS – Bron: Stadsarchief Amsterdam

Voor de speciale gasten of voor hen die 10 cent konden betalen was er een pont vanaf de Droogbak naar het ENTOS-terrein. De aanlegsteiger was juist voor de ingang van het IJ-paviljoen, waardoor men via een ingang middenin het gebouw het tentoonstellingsgebouw kon betreden. Via de hoofdingangen kwam men in de Tolhuistuin met in het midden een muziektent, waar tot groot genoegen regelmatig uitvoeringen werden gegeven. De gemeente had hier een barak laten bouwen met de originele naam: Amsterdam-paviljoen. De kunstschilder Hobbe Smith, wiens specialiteit rivier- en havengezichten was, kreeg de opdracht het gebouw op te fleuren met schilderijen van de Amsterdamse haven. Hij was een geboren Fries met een oer-Hollandse achternaam, maar opgegroeid in Amsterdam. Om zijn werk zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren, kreeg hij de beschikking over een boot van de havendienst waarmee hij langs de boorden van de havens kon varen. Het resultaat was, dat hij 12 enorme doeken had vervaardigd van gemiddeld 5 meter breed en 21⁄2 meter hoog, die een fraai beeld gaven van de bedrijvigheid en het verkeer op en rondom het IJ in het begin van de 20e eeuw. De kolossale schilderijen zijn nog altijd in de stedelijke kunstverzameling, maar zijn nu min of meer vergeten.

De steiger van het ENTOS-veer vanaf het Open Havenfront. Op de achter- grond het administratiegebouw van de HIJSM aan de Droogbak
Bron: Stadsarchief Amsterdam

De steiger van het ENTOS-veer vanaf het Open Havenfront. Op de achter- grond het administratiegebouw van de HIJSM aan de Droogbak – Bron: Stadsarchief Amsterdam

Op hetzelfde terrein bevond zich ook de Historische Afdeeling, waar men zich kon vergapen aan schilderijen, prenten, tekeningen, globes en prachtige modellen van schepen met een vergane glorie. Om de overige gebouwen te bezoeken moest men eerst over een vrij hoge brug lopen om op het terrein te komen waar de overige gebouwen en attracties zich bevonden. Aan de zuidwestkant lagen in een bestaand kanaal binnenvaart- schepen, zoals botters en tjalken en baggermachines met op de hoek een vuurtoren. Bovendien was aan de noordzijde de jachthaven ‘Het IJ’ van de Koninklijke Nederlandse Roei- en Zeilvereniging, waar allerlei jachten waren te bezichtigen.. Het totale terrein mat 200.000m2, waar op 20.000m2 gebouwenstonden.

De Exposanten
In de 2 hoofd- en galerijgebouwen kon men alles aantreffen op scheepvaartgebied. Er waren tientallen exposanten uit geheel Nederland, maar ook uit het buitenland, die ieder op hun eigen terrein een uitstalling hadden. Om de verscheidenheid van de diverse takken aan te geven volgt hieronder een kleine opsomming.

Verfhandel H.Vettewinkel had een prachtige stand en liet duidelijk blijken dat hij vertegenwoordiger was van Japanol, een bijzondere laksoort op basis van lijnolie. Ook collega firma J.Rose en Co was aanwezig met Valentine’s Valspar bootlak. In 1913 was men nog niet zo bezig met asbest, want zowel de Hollandsche Asbest Maatschappij uit Rotterdam adverteerde met asbest, alsmede de Noord-Hollandsche Asbestfabriek van J. de Boer, die later furore zou maken met het merk ‘Ajax’ brandblusmiddelen. De sleepdiensten van de Amsterdamse gebroeders Zur Mühlen, ‘stoombootreederij voor het sleepen van schepen van het Nieuwe Diep en te IJmuiden van en naar Zee’, maar ook die van de Internationale Sleepdiensten Maatschappij uit Rotterdam.

Dit directievaartuig werd na de tentoonstelling verloot. Een bakker op de Rozengracht won de boot maar wist er niets mee te beginnen en verkocht ‘m
Bron: HCAN

Voor de inrichting van de schepen zorgden het Technisch bureau Insulinde voor de saloninrichting, de Koninklijke Nederlandsche Fabriek De Bont en Leijten ‘specialiteit in dessertwerken voor Passagiersschepen’, de firma H.NevilleHart&Co ‘voor kleeding, uniformen, lakens’, de firma H.J.deJonghe uit Amsterdam met matrassen en scheepsbedden. Ook aan de inwendige mens aan boord werd gedacht getuige de aanwezigheid van de firma’s N.Spanier ‘binnen- en buitenlandsche vruchten’, firma Zaal uit de Damstraat ‘Chocolaterie, bonbons en dessertartikelen’ en firma M. H. Boas met als specialiteit ‘conserven voor de fijne keuken’. Voorts de Hollandsche Draad en Kabelfabriek (later DRAKA), gummi- aderleidingen, snoeren en andere geïsoleerde geleidingen.

Natuurlijk waren ook aanwezig de comitéleden D. Goedkoop, ‘motoren en Motorschepen’ en P.J.M.VerschureenCo met zijn scheepswerf en Machinefabriek. De Amsterdamsche Droogdok Maatschappij was vertegenwoordigd met een model van het Wilhelminadok. De stoomvaartmaatschappij Zeeland, die een dienst onderhield vanuit Vlissingen met Engeland, had een sloependek opgesteld en toonde de gasten hoe een reddingssloep te water werd gelaten.

Ook de Amsterdamse rederijen waren ruimschoots vertegenwoordigd veelal met scheepsmodellen, zoals:
– Stoomvaart Maatschappij Nederland, (SMN) in de volksmond vaak ‘de Nederland’
– Koninklijke Hollandsche Lloyd (KHL) de Zuid, vanwege de reizen naar Zuid-Amerika (het hoofdkantoor van de KHL was op de hoek Prins Hendrikkade – Martelaarsgracht, nu een hotel)
– Hollandsche Stoomboot Maatschappij (HSM of Klompenlloyd). Deze maatschappij, gevestigd op de kop van Handelskade waar de schepen geladen en gelost werden, had het emplacement op de stand nagebouwd, compleet met enige boten uit hun vloot: de Amstelstroom, de Waalstroom, de Texelstroom, de Eemsstroom en de Zaanstroom.
– Java-China-Japanlijn, buiten Europa bekend als de Royal Interocean
– Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM)
– Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij KNSM, de grootste van Amsterdam, bijnaam Kanker Niet Stokers en Matrozen
– Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij Oceaan (de schepen van deze maatschappij werden Blauwpijpers genoemd, naar hun opvallende schoorstenen. Blauw met aan de bovenkant een zwarte band. Deze stand was een grote publiekstrekker, want men had hier een grote blauwe pijp van een van haar boten geplaatst. Deze was nadrukkelijk aanwezig door de afmetingen van 6.10 bij 5.85 meter. Men kon deze betreden waarna men in een vertrek kwam waarvan de wanden waren beschilderd met voorstellingen van landen die de maatschappij aandeed.

Blik in een tentoonstellgshal met de stand van de ‘Blauwpijpers’ – Bron: HCAN

In 1916 besloten de bovenstaande maatschappijen, minus de KHL, tot de bouw van een gemeenschappelijk kantoor, het Scheepvaarthuis op de Prins Hendrikkade. Ironisch genoeg nu óók een hotel.
 
 
Deel twee wordt ongeveer over 2 weken gepubliceerd.
 
 
Op de website van Theo Bakker kunt u heel veel boeken in pdf formaat vinden dat over de geschiedenis van Amsterdam gaat.
 
 
Bron: www.theobakker.net
 
 

X