Entosspoor

Ten tijde van de ENTOS hadden de meeste trams hun eindpunt voor het Centraal Station. Om de bezoekers van de tentoonstelling van het Stationsplein tot aan de pont te brengen had de Gemeentetram Amsterdam (GTA) een rails rond het station aangelegd, het zogenaamde Entosspoor zodat de trams een extra rondje konden maken. De trams 2, 4 en 9 reden in dezelfde richting rechtsom naar de eindhalte aan de achterkant van het station die als benaming ‘IJveer’ kreeg. Ook na de sluiting van de tentoonstelling bleek er veel belangstelling voor dit lijntje te zijn, omdat steeds meer mensen de overtocht naar Amsterdam-Noord moesten maken (werken/wonen). In 1921 werd een aparte tramlijn ingesteld, lijn 22, die alleen rond het station reed. Deze kreeg al gelijk de bijnaam, de Kringlijn. Vooral veel mensen die al lopend naar de pont waren gegaan, wat veel voorkwam in die tijd maakten van deze tram gebruik. Als je met de pont bij de achterkant van het station aankwam, kon niet je zomaar door het station naar de voorzijde lopen, omdat het geen openbare weg was.

De halte ‘IJveer’ op de De Ruijterkade, het zgn. Entosspoor. Vanaf 1921 werd het een reguliere kringlijn (22), tot 1950 een tram en daarna een bus.
Bron: Stadsarchief Amsterdam

De spoorwegmaatschappijen stelden een z.g. perronkaartje in. Ten eerste bracht dat extra inkomsten in het laatje, maar het hield vooral ongure types buiten het station. Dat perronkaartje kostte vanaf de Eerste Wereldoorlog vijf cent. Bij het in- en uitgaan van de stations werden de treinreizigers of bezoekers door spoorwegpersoneel hier op gecontroleerd. Als je met het kringlijntje ging mocht je, als je een ‘overstapje’ (geldig kaartje) had, gratis mee, anders rekende het trambedrijf één cent voor het vervoer naar de andere zijde van het station. Men gooide dan die cent in een glazen bus, waar ‘s avonds een lampje boven brandde.

In 1950 werd de tram vervangen door een bus, die vanaf januari 1951 buslijn K heette. Ik weet nog uit mijn jeugd dat het in mijn ogen afgeschreven oude bussen waren, die stonken naar de diesel, vooral als de bus moest wachten op de aankomst van de volgende pont.

De bus had ook nog een halte 200 meter verder voor een café met de alleszeggende naam IJ-tunnel 19??. Toen was er al discussie of er ooit wel een IJ-tunnel zou komen. Het één-centstarief werd in 1959 afgeschaft.

Het tarief was één cent, tenzij men over een gel- dig vervoersbewijs beschikte – Bron: Stadsarchief Amsterdam

Een perronkaartje kostte na vijftig jaar het dubbele: tien cent. Aan het einde van de jaren zestig schafte de NS het perronkaartje af, omdat men het station niet meer als een barrière wilde zien. Achter de schermen fluisterde men dat het afschaffen van de controles veel personeelskosten bespaarde. Met het opheffen van het perronkaartje reed Lijn K op 31 oktober 1968 voor de laatste keer en ging verder als buslijn 22, die over de pont naar de Meeuwenlaan in Amsterdam-Noord reed.

Een gedeelte van de rails van het Entosspoor heeft tot in de jaren tachtig van de 20e eeuw onder de westelijke onderdoorgang gelegen.
 
 
Dit artikel is afkomstig van een digitaal boek van Theo Bakker en is geschreven door Wim Huizen.

Op de website van Theo Bakker kunt u heel veel boeken in pdf formaat vinden dat over de geschiedenis van Amsterdam gaat.
 
 
Bron: www.theobakker.net
 
 

X