Geschiedenis van Noord in het kort

Na de IJstijd
Heel Holland heeft zich na de laatste IJstijd (10.000 jaar geleden) ontwikkeld tot een vrijwel on- doordringbaar hoogveen moerasgebied.

Het Oer IJ in de tijd van de romeinen – Tekening: Bert Bus

Romeinse tijd
Rond het begin van onze jaartelling was het Oer-IJ een voortzetting van de Vecht, een brede zijarm van de hoofdstroom van de Rijn (nu Oude Rijn). Het Oer-IJ liep langs de plekken die we nu Amsterdam en Velzen noemen en kwam bij Castricum in zee.

We weten dat uit de opgravingen van twee rivierforten die de Romeinen bij `Velzen` hebben aangelegd om met een vloot via de zee naar Noord-Duitsland te varen en zo de Germanen in de rug aan te vallen. De Germanen die immers de slag in het Teutoburgerwoud van de Romeinen gewonnen hadden en drie vaandels van legioenen hadden veroverd.

Door de gestage aanvoer door de wind van zand uit zee ontstonden de duinen en verzandde het Oer-IJ. Tussen 500 en 1175 kon je in theorie met een polsstok op de latere plek van Amsterdam van Zuid naar Noord lopen.

In 1175 was er een enorme stormvloed. Tijdens een grote storm brak het Vlie (nu tussen Terschelling en Vlieland) open en de Noordzee stroomde het Almere in, dat feitelijk slechts uit wat verspreide meren bestond. De watervloed van wat sindsdien de Zuiderzee genoemd werd, botste tegen de heuvels van het Gooi, maar vond een uitweg in de droge rivierbedding van het Oer-IJ, zodat toen ons huidige IJ is ontstaan.

Het gevolg van de verbinding tussen Noordzee en Zuiderzee was ook dat er regelmatig overstro- mingen van Waterland optraden. De boeren hebben dat niet lang op zich laten zitten en begonnen al omstreeks 1200 met het opwerpen van de Waterlandse Zeedijk, die nog steeds door ons stads- deel loopt en zich daarbuiten ver voortzet naar Zaandam en naar Monnickendam.

Bewoning
Bewoning heeft in de eeuwen voor het begin van de jaartelling wel plaatsgevonden op hoge oevers van veenriviertjes, maar dat was altijd tijdelijk door veranderingen in het verloop van die riviertjes. Later kwam er meer permanente bewoning in de duinen en aan de kust van het Almere. De 10e eeuw moet uitzonderlijk droog geweest zijn en het grondwater daalde. Mensen uit de duinen en de Almerekust voeren veenriviertjes op, vaak met een uitgeholde boomstam als bootje. Ze stapten uit op een droog stukje land en maakten het nog droger door evenwijdige slootjes te graven, zodat een perceeltje land aan een riviertje ontstond, dat nog droger werd gehouden door aan de achter- kant een nieuw slootje te graven en een dijkje aan te leggen. Dat patroon van naast elkaar liggen- de stukjes land is nog steeds aanwezig in grote delen van Waterland.

Het jaar 1000: landbouw
De oudste bewoning van het huidige Noord is aangetroffen bij archeologische opgravingen langs de Poppendammergouw (tussen Ransdorp en Zunderdorp). Er zijn houten funderingen van boerderijtjes opgegraven. Van dat hout kan men nauwkeurig vaststellen wanneer de betrokken boom omgehakt is (op basis van de jaarringen, dendrochronologie) en laat dat nu precies het jaar 1000 zijn.

Het gebied dat we nu Noord noemen, is dus sinds het jaar 1000 in ieder geval bewoond. Dat is ruim 200 jaar eerder dan de rest van Amsterdam. Sterker, het is waarschijnlijk dat Amsterdam op de plek waar de Amstel in het IJ komt gevestigd is door vissers die uit Noord kwamen. Bewijs ont- breekt, maar het is niet onwaarschijnlijk.

Door inklinking kwam op de landbouwgronden, die de eerste twee eeuwen na 1000 voor graan- bouw werden gebruikt, het grondwater steeds hoger te staan.

1200: veeteelt
Op den duur kon er alleen nog maar gras groeien. Landbouwers gingen over op veeteelt, koeien, geiten, schapen. Kippen en varkens liepen er toch al rond.

1400: visserij en scheepvaart
Maar zelfs veeteelt doet door inklinking het grondwater stijgen en rond 1400 was heel Waterland te sompig voor wat dan ook. Bleef over het vissen, wat men natuurlijk toch al aan het doen geweest was.

Daar kwam bij dat men in de loop van de 15e eeuw (na 1400) de na de Romeinen verloren gegane kunst van het laveren herontdekte. Daardoor kon men tegen de wind in varen en hoefde men bij tegenwind niet meer stil te liggen. Veel grotere afstanden konden worden afgelegd dan alleen de Oostzee en Middellandse Zee: Indië en Amerika konden worden bezeild, hetgeen vanaf eind 15e eeuw ook steeds vaker gebeurde.

Amsterdam had begin 15e eeuw juridische zeggenschap over de Volewijk gekregen. De schout mocht er dieven vangen en zelf straf opleggen, hetgeen meestal een aan hem zelf te betalen boete was.

Verder wisten de vroede vaderen met dit schiereiland in het IJ niets anders te doen dan er de galgenput op te richten. Misdadigers die op een schavot op de Dam of op de Nieuwmarkt waren omgebracht, werden door de beul over het IJ naar de galg gebracht, waar ze werden opgehangen om door de vogelen des velds te worden verteerd.

De galgenput bij Volewijck – Bron: Een prent van onbekende

Het duurde tot 1795 toen de Franse bezetters de galgen- put lieten verwijderen.

Concurrentie
In de 15e en begin 16e eeuw was er een krachtige concurrentiestrijd tussen Amsterdam en Rans- dorp met zijn havenplaats Durgerdam gaande. Er zijn jaren geweest waarin bij de tol aan de Sont tussen Denemarken en Zweden meer schepen uit Ransdorp zijn genoteerd dan schepen uit Amsterdam. Amsterdam nam allerlei maatregelen om Ransdorp te overvleugelen. Men mocht als Amsterdammer niet monsteren op een schip met een Ransdorper kapitein enzovoort.

Mirakel
Niet alleen hierdoor, maar ook door het Mirakel van de Kalverstraat heeft Amsterdam de dorpen in Waterland overvleugeld.

Deze gevelsteen als herinnering – Bron: ww.amsterdamsegevelstenen.nl

In 1345 was er een bewoner van de Kalverstraat zo ernstig ziek geworden, dat de pastoor werd gehaald om hem het sacrament der stervenden toe te dienen. Hij kreeg een ouweltje op de tong, maar was zo ziek dat hij het uitbraakte. Zijn huishoudster ving het braaksel op in een teiltje en gooide dat leeg in het brandend haardvuur. De volgende morgen wilde ze de haard weer aanmaken en vond toen de hostie ongeschonden in de haard liggen. Dat was een wonder! Ze liep ermee naar meneer pastoor en die bevestigde het: een wonder was geschied. Men bouwde over het huis van de inmiddels overleden man een kapel: de Nieuwe Zijds Kapel ter Heiligen Stede ( stede komt van bedstede, waarin de zieke man had gelegen). Zo werd Amsterdam een bedevaartplaats, waarbij men een lange weg helemaal naar Sloten aanlegde om de pelgrims met schone en droge voeten naar de Kalverstraat te voeren. Het laatste stukje van die weg bestaat nog steeds: de Heiligeweg.

Het belang van Amsterdam als bedevaartplaats was in heel Europa bekend tot in de hoogste krin- gen. Ter illustratie: toen Keizer Maximiliaan van Oostenrijk eens op bezoek was in Den Haag, werd hij onwel. Hij herinnerde zich het Mirakel van Amsterdam en trok daarheen. Na zijn bezoek her- stelde hij en uit dankbaarheid gaf hij de stad toestemming zijn keizerskroon in het stadswapen op te nemen. Later werd de keizerskroon zelfs op de Westertoren gezet, waar hij nog steeds figureert!

Amsterdam was ook al vroeg een handelsstad. Denk aan de vrijheid van tol voor Amsterdammers in heel Holland (1275) en het alleenrecht op het verschepen van Hamburgs bier.

De 16e eeuw
De 16e eeuw bracht na de reformatie afzwering van de rooms-katholieke godsdienst en afscheid- ing van het Spaans-Habsburgse wereldrijk met zich mee. De Tachtigjarige Oorlog werd dat vroeger genoemd. Tegenwoordig spreekt men meer van de Opstand. Amsterdam bleef vanwege de handels- belangen lang katholiek en daarmee een uitvalsbasis voor de Spaanse vloot en troepen, terwijl de dorpen en steden in de rest van Noord-Holland, het Noorderkwartier, zich soms noodgedwongen bij de calvinistische Geuzen aansloten. De dorpen werden om beurten door Spaanse troepen en Geuzen veroverd en platgebrand. De Geuzen blokkeerden de aanvoer van schepen op de Zuid- erzee en in het IJ, onder andere vanuit schansen bij Schellingwou en Nieuwendam. Het Fort, de voormalige scheepswerf aan de Nieuwendammerkade herinnert daar nog aan. Ook in de haven van Nieuwendam hebben Spanjaarden en Geuzen te water gevochten. P.C. Hooft heeft daarover in zijn Historiën een interessant stukje geschreven.

Haarlem ging nog verloren, maar bij Alkmaar begon de victorie, die op zee nog eens dunnetjes werd overgedaan in de Slag op de Zuiderzee (1573). Voor de kust bij Hoorn werd het Spaanse vlaggenschip van Admiraal Bossu veroverd onder aanvoering van de legendarische Jan Haring, die in de mast klom en de gehate Spaanse vlag verwijderde. Helaas werd hij vanuit een luik dodelijk getroffen en viel in zee. Maar de resterende Spaanse schepen vluchtten naar Amsterdam en Bossu werd gevangen genomen. Alva vertrok met de Noorderzon toen een paar duizend soldaten ook nog eens achter- stallige soldij kwamen opeisen.

17e eeuw
De eerste helft van de 17e eeuw was voor de Zeven Verenigde Nederlanden een gunstige tijd. De Spaanse dwingelandij was wel bedwongen, de VOC werd op- gericht, rijkdommen werden uit Indië en Amerika naar Amsterdam gevoerd, de grote meren in Noord-Holland werden drooggelegd en leverden vruchtbare gronden op. Amsterdam besloot tot uitbreiding van de stad met de grachtengordel en de Jordaan. Intellect en kapitaal stroomden binnen uit de Spaanse gebieden waar niet-katholieken werden achtervolgd en gedood, terwijl in Holland een zekere gematigdheid in de tolerantie van niet-gereformeerden werd betracht.

Gevelsteen van een melkmeisje – Bron: ww.amsterdamsegevelstenen.nl

De Waterlandse dorpen profiteerden van de Amster- damse rijkdom nauwelijks. Ze leverden dienstboden en knechten, vaak als matroos op de schepen. De boeren leverden dagelijks melk, die ze met de Waterlandse melkschuiten overbrachten naar de Buitenkant (tegen- woordig Prins Hendrikkade), vanwaar de melkmeisjes met twee emmers aan een juk op hun schouders hun melkwijk ingingen.

18e eeuw
De 18e eeuw was er een van teruggang in vele opzichten. Stadse heren verborgen hun hoofd onder een pruik en probeerden de verhoudingen te houden zoals ze waren. Het gewone volk legde zich daar aanvankelijk bij neer, maar neigde steeds meer tot een opstand. De Orangisten stonden achter de machthebbers die de stadhouder als aanvoerder hadden. De Verlichting die verstand en kennis verkoos boven gedwee volgen van de oude normen en waarden, bracht echter ook opstan- digen voort, die uiteindelijk de Oranjes verjoegen en de revolutionaire Fransen binnen haalden. In de Waterlandse dorpen stonden Kezen en Oranjegezinden tegenover elkaar. De Bataafse Republiek en de inlijving bij het Franse Keizerrijk vonden weinig bijval bij de bevolking. Maar daaraan hebben we wel de invoering van de Burgerlijke Stand en het metrieke stelsel te danken.

19e eeuw
Toen uiteindelijk Napoleon naar Elba werd afgevoerd en een Oranje op de Nederlandse troon werd gezet, was het land behoorlijk verpauperd. De eerste Oranjevorst had wel enig inzicht in deze zaken en zorgde voor een opleving op diverse terreinen. Het Rijksmuseum werd opgericht en gehuisvest in de kapitale panden van de gebroeders Trip, nu KNAW aan de Kloveniersburgwal. De Nederlandse Handelmaatschappij kreeg gestalte en het Museum voor Oudheden te Leiden. Amsterdam werd tot hoofdstad gebombardeerd en moest weer toegang tot de haven krijgen, want die was behoorlijk verzand. De vondst was het Noordhollands Kanaal, dat Amsterdam met twee etmalen trekvaart met Den Helder verbond (1824).

Het Rijksmuseum rond 1900 – Bron: Stadsarchief Amsterdam

Toch had die periode zonder Oranjes het een en ander veranderd. Willem I probeerde nog als een absoluut vorst te regeren, maar zijn zoon Willem II moest in Thorbecke zijn meerdere erkennen en een drastisch gewijzigde Grondwet toestaan.

De tweede helft van de 19e eeuw bracht bewustwording onder de uitgebuite arbeiders teweeg. Socialistische voormannen zorgden voor organisatie en wisten kiesrecht, aanvankelijk alleen voor gezeten burgers, op het laatst voor alle bewoners teweeg te brengen.
In gemeenteraden en in het parlement namen vertegenwoordigers van de arbeidende klasse zitting.

20e eeuw
In de 20e eeuw werden inzichten toegepast die reeds eind 19e eeuw opgedaan waren. De woningwet (1901) regelde het toezicht op de huizenbouw, hetgeen vanaf 1918 resulteerde in de bouw van tuindorpen, met name in Noord. Hygiëne kon zorgen voor een afname van de sterfte aan besmettelijke ziekten en daarom zorgde de Gemeente voor de bouw van 21 badhuizen in Amster- dam, waarvan drie in Noord.

Het gemeente badhuis te Vogeldorp – Bron: Stadsarchief Amsterdam[/caption

Namen die daarbij van belang waren zijn Floor Wibaut (Wie bouwt? Wibaut!) en Monne de Miranda (Wil je baaien, wil je zwemmen? Mot je De Miranda stemmen!) en de directeur van de Gemeentelijke Woningdienst Arie Keppler.

1916
Weer was het een watersnood die ingrijpende ver- anderingen teweeg bracht. In februari 1916 brak de Waterlandse Zeedijk op twee plaatsen bij Monnicken- dam. Het water kroop langzaam doch zeker over de Waterlandse weiden naar binnen. Veel klein vee ver- dronk, huizen en huisraad verdween in de golven, grote dieren (koeien) konden nog worden gestald in de kerken die zoals gebruikelijk op een terpje stonden. De Waterlandse Zeedijk toonde hoe sterk hij was en hield het water tegen. Het water dat eigenlijk van de verkeerde kant kwam, maar Amsterdam was gered.

De watersnood had twee belangrijke gevolgen. In de eerste plaats werd op regeringsniveau besloten dat zoiets nooit weer moest gebeuren en de al langer bestaande plannen om een Afsluit- dijk aan te leggen (Cornelis Lely) werden uitgevoerd. De Afsluitdijk was in 1932 klaar en de Zuid- erzee werd IJsselmeer. Veel vissersdorpen langs de kust, die eeuwenlang als vissersdorp hadden gefunctioneerd, moesten het hebben van het toerisme.
In de tweede plaats bleek dat de overstroomde gemeenten Buiksloot, Nieuwendam en Ransdorp het niet langer konden bolwerken. Ze vroegen of ze door de grote stad Amsterdam geannexeerd mochten worden. En zo gebeurde het. 1 januari 1921 kwamen ze bij Amsterdam, overigens samen met Sloten en de Watergraafsmeer.

Scheepsbouw
Noord was eind 19e eeuw door de gemeente Amsterdam voorbestemd om alleen gevaarlijke fabrieken en scheepswerven te herbergen. Woningbouw in Noord was niet de bedoeling. De fab- rieken werden er inderdaad gehuisvest. Zwavelzuurfabriek Ketjen als markant voorbeeld. En de
scheepswerven kwamen er ook. In samenhang daarmee werd het noodzakelijk dat er ook won- ingbouw ontstond. Na een schuchter begin door de RK Woningbouwvereniging dr Schaepman in 1912 (Spreeuwenpark), ging in 1918 de Gemeentelijke Woningdienst van start met de bouw van Vogeldorp en Disteldorp, die na een aantal jaren weer afgebroken zouden worden en daarom niet werden onderheid. De huizen staan op betonnen platen. Maar ook die maken de honderd jaar en langer wel vol.

[caption id="attachment_1657" align="aligncenter" width="900"] De NDSM in vogelvlucht met op de achtergrond Oostzaam – Bron: NDSM Werfmuseum

De scheepswerven vormden een belangrijke kernactiv- iteit van Noord. Hele dorpen omvatten de werknemers, Tuindorp Oostzaan voor de Nederlandse Scheepsvaart Maatschappij, die na de oorlog fuseerde met de ADM, de Amsterdamse Droogdok Maatschappij, tot de NDSM. Maar concurrentie van Aziatische werven die goed- kopere arbeidskrachten hadden, maakten de werven
in de jaren tachtig kapot. Alleen de Oranjewerf, voor onderhoud van Rijnvaartschepen, houdt het nog vaardig vol.

Oeververbindingen
Eeuwenlang heeft het IJ een geografische en een psychologische barriere tussen Noord en de rest van de stad gevormd. De pontverbindingen waren aanvankelijk in particuliere handen, maar vanaf begin 20e eeuw zijn het gemeentelijke veerdiensten.

Vast oeververbindingen zijn er sinds 1957, toen de Schellingwouderbruggen werden geopend. Een ver- betering, maar de bruggen liggen wel heel erg aan de meest oostelijke kant van de stad. In 1968 werd de IJ tunnel in gebruik genomen, een sterke verbetering. Evenals de Coentunnel (1966) in het westen die vooral het verkeer naar Noord-Holland verwerkt. Tenslotte vervolmaakte de Zeeburgertunnel in 1990 de ringweg A10 rond Amsterdam.

De IJ-tunnel rondstreek de jaren zestig – Bron: Stadsarchief Amsterdam

In de loop van de 21e eeuw werd het in het centrum steeds drukker door de toenemende toeristen- stromen en Noord werd in vele opzichten een aantrekkelijker doel voor bezoekers en bewoners. Daardoor kon het pontverkeer de verkeersstromen van wandelaars en fietsers steeds moeilijk verwerken. De ingebruikneming van de metrolijn die reeds in 2013 klaar was, maar qua exploitatie te duur zou worden, liet alsmaar op zich wachten. En of de twee in Noord geprojecteerde haltes, die juist niet aan de toeristisch aantrekkelijke Noordoever liggen soelaas zullen bieden is de vraag.

De roep om een brugverbinding over het IJ voor wandelaars en fietsers wordt steeds krachtiger. Het zou wel eens kunnen dat de droom van Galman, die in de 19e eeuw reeds 36 ontwerpen voor bruggen over het IJ indiende, in de 21e eeuw eindelijk uit zal komen.

Hoogtepunten in de lijn van de historie van dit stadsdeel.
– na de laatste IJstijd veel regen, hoogveenvorming, ondoordringbare moerassen
– 1000 oudste nederzetting in Noord: houten fundamenten van boerderijen langs de Poppendammergouw
– 1175 enorme watervloed uit Noordzee, Zuiderzee ontstaat en de droge bedding van het Oer-IJ wordt weer gevuld, het IJ is ontstaan
– tot 1200 landbouw
– rond 1200 bouw Waterlandse Zeedijk
– tot 1400 veeteelt
– de Volewijk valt onder Amsterdamse jurisdictie (1393), galgenput in 1408
– 15e eeuw visserij en scheepvaart, het laveren wordt weer uitgevonden
– 16e en begin 17e eeuw: Geuzen en Spaanse troepen branden alle dorpen plat
– 18e eeuw economische achteruitgan
– 1824 opening Noordhollands Kanaal
– 1876 opening Noordzeekanaal
– midden 19e eeuw drooglegging Buiksloterham en Nieuwendammerham
– eind 19e/begin 20e eeuw fabrieken en scheepswerven langs het IJ
– 1916 de Dijken breken, watersnoodramp Waterland
– 1918 begin bouw tuindorpen door Gemeentelijke Woningdienst
– 1921 annexatie door Amsterdam van Buiksloot, Nieuwendam en Ransdorp
– 1943 bombardement Fokkerfabrieken en omliggende woonwijken
– 1960 watersnood Tuindorp oostzaan
– midden jaren ́60 faillissement meeste scheepswerven
– 1981 stadsdeel Noord gaat aan de toekomst bouwen
– 2014 de stadsdelen worden opgeheven, Noord bruist van energie.

Dit artikel is afkomstig uit het boekje “Beknopte geschiedenis van Amsterdam Noord”, geschreven door Henk Ras.
 
 
Bron: Beknopte geschiedenis van Amsterdam Noord, geschreven door Henk Ras
 
 

X