Het schip Sintermieten

Er heeft eens een schip bestaan, dat zo groot was als de afstand van Amsterdam tot Texel. Dat schip heette: het schip Sintermieten. De eerste stuurman reed te paard over het dek om zijn orders te geven, en hij had zes weken werk om van het ene eind van het schip naar het andere te gaan, om te zeggen, dat ze ree moesten. De bramstengen reikten tot in de wolken; als de scheepsjongen naar boven moest om de wimpel te klaren, dan kwam hij pas na vele jaren als oude man, met een grijze baard, terug.

Die boot voer natuurlijk altijd op grote oceanen of op de Noordzee, maar eens was hij in de Zuiderzee verzeild geraakt, terwijl de kapitein even geslapen had. Hij zag dadelijk, dat dit geen water voor hem was, veel en veel te klein; het schip kon er niet draaien.

Ransdorper toren – Foto: Ruud Slagboom, 2015

Plotseling werd het aangevallen door Urker zeerovers; toen moest het wel draaien om weer weg te komen. De boegspriet stak een heel eind over land uit, maar het lukte, al had het ook niets over. Alleen sloeg de boegspriet eerst tegen de hoge toren van Ransdorp aan, toen tegen de spitse toren van Muiderberg en toen nog aan de andere kant tegen de hoge toren van Elburg in het Gelderse, en dat was jammer genoeg.
Maar de grote boot kwam weer vrij, dat was het voornaamste. De drie torens zijn nog altijd stomp, als herinnering aan dit voorval. Het schip ging weer naar de Noordzee en daar is het later vergaan. Het was helemaal geladen met zout. Nu begrijp je wel waarom er zoveel zout water is in de Noordzee.
 
 
Bron: Volksverhalen Almanak
 
 

X