Het Tolhuis

De Tolhuistuin was een echte trekpleister boven het IJ. Vooral onder leiding van Pieter Mol werd het een uitgaansgelegenheid voor de Amsterdammers en dat niet alleen op zondagen. Twee werkdagen waren er openluchtconcerten die zeer populair werden en het Concertgebouw concurrentie aandeden.
 

Twee werkdagen waren er openluchtconcerten die zeer populair werden en het Concertgebouw concurrentie aandeden. – Bron afbeelding; onbekend


 
Het Tolhuis
Als ‘t Zondag is en heel mooi weer, en lekker in de lucht
Dan zegt de man zoo tot z’n vrouw: Kom nu de stad ontvlucht! Naar ’t Kalfje of naar de Schollenbrug, wat staat je ’t meeste aan? Of zullen we gezelligjes al naar het Tolhuis gaan?
 

De Tolhuistuin klaar voor de bezoekersstromen. – Foto: Beeldbank Amsterdam


 
Naar het Tolhuis ging je voor je plezier, al sinds mensenheugenis. Dat was niet altijd zo geweest. In 1393 kreeg Amsterdam de jurisdictie over de Volewijck en richtte daar het galgenveld in. Zowel vanuit de stad als varend over het IJ herinnerde dit de passanten aan het feit dat je beter niet de regels kon overtreden of sollen met het stadsbestuur. In 1663 ging de Buikslotertrekvaart open en kwam er een tolgaardershuis aan het begin van die trekvaart. Omdat de stad ’s nachts afgesloten werd ging het tolgaardershuis ook logies verstrekken, het begin van een horecafunctie van het Tolhuis. In 1770 werd nog een theehuis bijgebouwd en werd een grote tuin rondom aangelegd. Toen in 1842 de stoompont met enige regelmaat ging varen werd het Tolhuis een gelegenheid voor een uitstapje. In 1859 werd het Tolhuis volledig opnieuw opgebouwd. Zo is het complex in onze tijden terechtgekomen. Vanaf 1870 werden regelmatig openluchtconcerten gegeven in de Tolhuistuin, een nieuwe trekpleister. Twee jaar later kwam met Pieter Mol een vakkundige exploitant. Mol had de klappen van de zweep in Frascatie geleerd en maakte nu van het Tolhuis een succes. Hij legde een dansvloer neer, bouwde een kegelbaan, een schietbaan en een speeltuin.
 

Het uitzicht op de stad was een aantrekkelijk extraatje voor de bezoekers, tot het Centraal Station er tussenin gebouwd werd. – Bron: Simonis-Buunk.nl


 
Mol pakte de zaken voortvarend aan maar hij kreeg toch tegenslagen te verwerken. De Tolhuistuin was aantrekkelijk door het spectaculaire uitzicht op de stad aan de andere kant van het IJ. Tegen bijna ieders wil werd vóór dit uitzicht vanaf 1880 het Centraal Station gebouwd, dat binnen enkele jaren de stad volledig aan het zicht onttrok. Het CS werd in 1889 in gebruik genomen en verstoorde de aantrekkelijkheid van de Tolhuistuin. Dat was nog niet alles. Amsterdam-Noord werd door het stadsbestuur uitgekozen om zware industrie te vestigen, ver buiten de stad maar pal naast het Tolhuis. De Dortsche Petroleum Maatschappij werd de onmiddellijke buurman. Na 1900 ging het hard achteruit met het Tolhuis en Pieter Mol hield het voor gezien. De concerten gingen door tot 1912 en daarna degradeerde het Tolhuis tot passantencafé voor de wachtenden op de pont en incidenteel als lokatie voor een partijtje.
 
 
Dit artikel is uit het boek (in pdf formaat) “Volewijckslanden”. Dit boek is geschreven door Wim Huissen en uitgegeven in 2014 door Theo Bakker.

Op de website van Theo Bakker kunt u heel veel boeken in pdf formaat vinden dat over de geschiedenis van Amsterdam gaat.
 
 
Bron: www.theobakker.net
 
 

X