Kromhout

De Kromhout Motoren Fabriek te Amsterdam was jarenlang een bouwer van vrachtauto’s, autobussen en scheepsmotoren.

Scheepswerf
Kromhout begon in de 18e eeuw als een scheepswerf waar jarenlang houten zeilschepen werden gemaakt. Daar komt ook de naam “Kromhout” vandaan: het is het “kromme hout” dat bij uitstek geschikt is om een scheepsspant van te maken. In diverse plaatsen, zoals Dordrecht, zijn straten te vinden met de naam Kromhout. Dit duidt op de aanwezigheid van een scheepswerf in het verleden.

Werfmuseum ‘t Kromhout – Bron: Wikipedia

Op 11 maart 1867 werd de werf ‘t Kromhout op de Hoogte Kadijk gekocht door Daniël Goedkoop. Later zetten zijn zonen het bedrijf voort. Toen stoomboten in opkomst waren, ging de werf ‘t Kromhout over op ijzeren stoomschepen. Rond 1900 lukte het een ingenieur bij Kromhout om een zogenaamde Ottomotor te laten werken. Bijna gelijktijdig begon men met het inbouwen van deze motoren in vrachtwagens en boten (voornamelijk opduwers). Deze 1-cilinder benzinemotoren van 2, 4 en 6 pk waren weinig succesvol door de gecompliceerde bediening. Ook de vierslag petroleummotoren voor de binnenvaart, die vanaf 1904 werden geproduceerd, sloegen niet aan. Op de RAI-tentoonstelling van 1905 kon een 12 pk-scheepsmotor worden getoond die wel een succes was. Er werd toen ook gestart met de seriefabricage van motoren. Hiervoor was een nauwkeurige fabricage van de onderdelen nodig zodat ze onderling uitwisselbaar waren.

Motorenfabriek
In 1908 verhuisde de motorenafdeling van Kromhout naar een nieuwe fabriek aan de Ketelstraat in de Nieuwendammerham in Amsterdam-Noord, grenzend aan het IJ. De scheepswerf aan de Hoogte Kadijk werd in 1911 verkocht aan de naastliggende scheepswerf.

Scheepsmotor – Bron: Wikipedia

In 1911 ging Kromhout een nieuw ontwerp tweetaktmotor produceren, de R.O.-Kromhoutmotor van 35 pk. R.O. stond voor Ruwe Olie en dat betekende dat de motor op veel verschillende brandstoffen (van petroleum tot gasolie) kon lopen. Al snel moest de fabriek uitgebreid worden, vanwege de grote vraag naar deze motoren. Een volgend eigen ontwerp was de Hogedrukmotor uit 1926. Door de crisis aan het begin van de jaren 30 kwamen minder bestellingen binnen en werden de financiële reserves uitgeput. Toen is Kromhout de Engelse Gardner-motoren in licentie gaan bouwen. Deze motoren werden onder meer toegepast in autobussen, vrachtwagen en tractoren.

Productie vrachtwagens en bussen
In 1935 kwam Kromhout met eigen vrachtwagens op de markt. Het eerste zelfgebouwde chassis was voor een autobus van de NACO. Een verscheidenheid aan chassis’ en motoren voor vrachtauto’s en bussen zorgde ervoor dat Kromhout een grote populariteit genoot.

Vliegtuigmotoren
In licentie werden ook de Engelse Armstrong-Siddeley-motoren voor vliegtuigen gemaakt. Van deze 165 pk sterke motoren heeft Fokker er in 1939 vijftig in lesvliegtuigen gebouwd. Dit succes leidde tot een eigen ontwerp voor een vliegtuigmotor van Kromhout, de Genet Major Motor, maar door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is deze nooit toegepast. Tijdens de oorlogstijd zijn houtgasgeneratoren voor auto’s geproduceerd. Aan het eind van de oorlog is het bedrijf, net als veel andere in de buurt, leeggeroofd door de bezetter.

Amsterdamse bus, 1941 – Bron: Wikipedia

Wederopbouw
Na de Tweede Wereldoorlog is het bedrijf weer opgestart, aanvankelijk voor de reparatie van motoren. Daarna werden vele vrachtauto’s en bussen met Kromhout-Gardner-motoren gebouwd voor Nederlandse afnemers. Vooral in het stadsvervoer van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag reden vele Kromhoutbussen. Bij het streekvervoer was Kromhout echter minder succesvol. De prototypen die geleverd waren aan GADO, NBM en NTM, dochterondernemingen van de Nederlandse Spoorwegen, leidden niet tot verdere bestellingen, want de NS gaf de voorkeur aan het Britse Leyland-product. Hierdoor kreeg Kromhout het steeds moeilijker, mede door de binnenlandse concurrentie van het sterk opkomende DAF.

Einde
In 1958 stopte Kromhout met de bouw van vrachtauto’s en bussen. Motoren werden nog steeds gemaakt. De productie van vrachtwagens werd tot 1962 overgenomen door Verheul, een bekende carrossier. Toen deze er in 1962 mee stopte, kwam er na ongeveer 2000 stuks een eind aan het merk.

In 1966 werd Kromhout onderdeel van Stork. De productie van de motoren werd overgeheveld naar de motorenfabriek in Zwolle. In 1969 werd de Kromhout-motorenfabriek definitief gesloten. De fabriek in Zwolle is in 1989 overgenomen door Wärtsilä. De fabriekgebouwen zijn daarna door Stork gebruikt voor de productie van machines voor de voedingsmiddelenindustrie. Ook daaraan is een eind gekomen en nu worden de gebouwen gebruikt als evenenmentenhal en voor een restaurant.

Kromhoutmuseum
De Scheepswerf aan de Hoogte Kadijk is nog tot 1970 in bedrijf geweest. In 1973 is hier het Werfmuseum ’t Kromhout gevestigd met diverse motoren die draaiend kunnen worden bekeken. Verder is er een nog de uit de 19e eeuw stammende originele en werkende smidse.

Veel vissersschepen hadden vroeger een Kromhoutmotor. Dit wordt bezongen in het nummer Stampen en rollen van de band Zijlstra.

Meer informatie over het Werfmuseum ‘t Kromhout kunt u op hun website lezen.
 
 
Bronnen: Wikipedia, Nieuwendammerham, een eeuw lang bedrijvigheid van HCAN
 
 

X