Mijn herinneringen aan het Tolhuis

Mijn eerste herinneringen aan het Tolhuis dateren uit de jaren 50 van de vorige eeuw. De ouders van mijn moeder woonden in Floradorp en ik voetbalde met een vriendje bij de jeugd van de Volewijckers. Wij woonden in de stad en om naar Noord te gaan, dat wij uit de stad ‘overkantvantij’ noemden, gingen we met de pont aan de achterkant van CS. Die pont heet officieel Buiksloterwegveer, maar iedereen noemt dit de Tolhuispont. De jongens van de Volewijckers voetbalden niet op het Mosveld, maar op Buiksloot, een sportaccommodatie onderaan de dijk waar de Waddendijk en het Meerpad samenkwamen, verscholen achter een volkstuinencomplex.

Het Tolhuis-complex in 1950 – Bron: Stadsarchief Amsterdam

Wij woonden in de Planciusstraat en om te voetballen of te trainen kregen we geld om met de tram en de bus naar Buiksloot te gaan. In de meeste gevallen gingen we lopen en dan besteedden we ons tramgeld aan een patatje op de terugweg bij het Tolhuis. Naast de ingang van het Tolhuis was een loket waar je snacks kon kopen. Wij kwamen daar zo regelmatig dat we een band kregen met de uitbater van het snackbar. Hij reed in een oud model Morris en die moch- ten wij op zaterdagmiddag wassen. Wij waren apetrots, dat wij in die auto mochten zitten en gingen achter het stuur zitten of we een echte chauffeur waren. Ook mochten we voetballen op de grasveld aan de zuidkant van het Tolhuis. Er was nog niet zo’n grote serre aangebouwd, maar desondanks was het veldje niet erg groot. Bovendien was het terrein erg hobbelig, zodat de bal regelmatig over de haag op de weg belandde. We moesten dan goed oppassen dat we bij het ophalen van de bal niet onder een van de GVB-bussen kwamen, de lijnen A, B en C. Ook was de tuin zeer populair bij pas getrouwde stellen, die zich hier lieten fotograferen.

Nederland-Denemarken 1955
Op 13 maart 1955 speelt het Nederlands elftal tegen Denemarken in het Olympisch stadion. Ik wil daar graag bij zijn, want zo vaak komt het niet voor dat ons nationale voetbalelftal daar speelt. Bovendien kan je dan de beroemde voetballers, die de rest van het jaar in het buitenland spelen, zien voetballen. We kennen deze spelers alleen maar van foto’s in de krant of van wat wazige beelden in Polygoon- journaal in de bioscoop. Er is één probleem, de kaartjes kan je niet zomaar bij de sigarenwinkel of bij de loketten bij het stadion kopen, je moet lid zijn van de KNVB. Aangezien ik lid ben van de Volewijckers kan ik in aanmerking voor zo’n toegangsbiljet komen. Alleen zijn er meer aanvragen dan kaartjes, dus moet er geloot worden. Dit zal plaatsvinden in het Tolhuis.

Het Nederlandse voetbal team speelt tegen Denemarken in 1955 – Bron: Stadsarchief Amsterdam

De trekking was een beetje feestelijk omlijst met een gezellig avondje, maar het werd voor mij nog gezelliger. Ik was de gelukkige en kreeg een toegangsbewijs voor een staanplaats in vak TT, hoog in het stadion, kostprijs 1 gulden, betaald door mijn ouders. Ik ging als jongetje van 10 jaar met de tramlijn 23 bij mij voor de deur naar het stadion. Dit was een tram die toentertijd alleen reed bij grote evenementen in het stadion. In Het uitverkochte Olympische Stadion, 60.000 toeschouwers zag ik op een abominabel slecht veld een draak van een wedstrijd, die ein- digde in 1-1. Ik had een gouden dag, want ik zag in levende lijve mijn helden zoals Frans de Munck, Faas Wilkes, Cor van der Hart en de legendarische Abe Lenstra, die het Hollandse doelpunt scoorde.

In de spits stonden ook de fietsers te wachten om met de pont over te steken – Bron: Stadsarchief Amsterdam

Ik herinner me het tolhuis met een hal bij de entree en daar achter een grote zaal met een aan de rechterzijde een lange bar met een grote koffieketel en wat bierpompen. Aan de achterzijde was een groot podium, compleet met een gordijn. Hier werden veel activi- teiten georganiseerd, vooral bruiloften en partijen, maar ook dansavonden en personeelsfeestjes.

Mijn laatste bezoek aan het Tolhuis was in 1974, waar wij het 60-jarig huwelijksfeest vierden van mijn grootouders.
 
 
Dit artikel is geschreven door Wim Huissen. Dit verhaal is ook terug te vinden in het boek (in pdf formaat) “Volewijckslanden”. Dit boek is geschreven door Wim Huissen en uitgegeven in 2014 door Theo Bakker. Het complete boek kunt u hier lezen.

Op de website van Theo Bakker kunt u heel veel boeken in pdf formaat vinden dat over de geschiedenis van Amsterdam gaat.
 
 
Bron: www.theobakker.net
 
 

X