StadsHoeve Zunderdorp

Meteen na de onderdoorgang van de ringweg A10 in Amsterdam-Noord betreedt men het weidse en groene Waterland. Op de weg naar Zunderdorp is de StadsHoeve de eerste boerderij die men passeert. De stolpboerderij stamt uit 1861, zoals valt op te maken uit het jaartal op het dak. De boer en boerin houden er een biologisch-dynamische bedrijfsvoering op na. Er wordt naar gestreefd met een gesloten produktiecirkel te werken, waardoor de boerderij min of meer zelfvoorzienend kan zijn. Het tempo van de natuur is maatgevend, geduld en ijver de vereiste werkmethoden van de boer.

De StadsHoeve is meer dan alleen een boerenbedrijf. Het biedt onderdak aan een kinderdagverblijf en organiseert activiteiten voor het hele gezin. Ondanks dit open karakter is de boerderij alleen op afspraak of op open dagen te bezichtigen. Dan vertellen boer en boerin enthousiast over het reilen en zeilen op de StadsHoeve.

De StadsHoeve in Zunderdorp – Foto: J.Dullaart.

Biologisch-dynamisch
De StadsHoeve is een biologisch-dynamische boerderij. Dit betekent dat de boer en boerin de koeien zoveel mogelijk buiten laten lopen en dat ze hun horens behouden. Op het land wordt geen kunstmest uitgereden en worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt. De koeien krijgen alleen biologisch voer dat met biologische landbouwmethoden is verbouwd. Ook worden de koeien niet preventief ingeënt met antibiotica. De dieren mogen gewoon ziek zijn en krijgen de tijd om zelf beter te worden. Als het niet anders kan, krijgen ze medicijnen toegediend, en dan alleen homeopathische middelen.

Op een biologisch-dynamisch boerderij krijgen de dieren en gewassen de tijd om te groeien en hun productie wordt niet tot in het extreme opgevoerd. Koeien blijven gemiddeld zo’n tien tot twintig jaar op de boerderij voordat zij naar de slachterij gaan. Dit is het dubbele aantal jaren van koeien in de niet-biologische melkveehouderij. Vanwege hun tijds- en arbeidsintensieve werkmethoden blijven biologische veeboeren meestal klein, met maximaal 50 koeien en zo’n 100 schapen.

Koeien buiten in de wei
Voor boerin Angela Hoeve is het van groot belang dat de koeien zo lang mogelijk buiten kunnen lopen. In principe vanaf april tot en met november, afhankelijk van de hoeveelheid regen die is gevallen. Soms zijn de winter en het voorjaar zo nat geweest dat de slappe veengrond nog te drassig is. De koeien zouden dan door de grond zakken. Of het is een strenge winter en een koud voorjaar geweest waardoor er nog geen vers gras in de weilanden staat. In beide gevallen staan de koeien een aantal weken langer op stal.

De koeien worden twee keer per dag gemolken in de melkstal; rond 8 uur ‘s ochtends en aan het eind van de middag. Verder staan de koeien de hele dag én nacht buiten. Een koe slaapt gemiddeld maar zo’n half uur per dag, verspreid over hazenslaapjes van een paar minuten. Dan ligt de koe plat op haar zij, wat een koe niet te lang kan volhouden, doordat in deze positie haar slokdarmuitgang wordt geblokkeerd.

De dars van de StadsHoeve – Foro: J. Dullaart.

De dars
De stolp waarin het gezin woont, stamt uit 1861. De overgrootouders van boer Albert Hoeve hadden hun koeien nog in de stolp staan. Boer en dieren woonden letterlijk onder één kap. De koeien verlieten via de gang de stolp om het land op te komen. Rond 1930 veranderde dit. In die tijd bouwden opa en oma Hoeve de ‘dars’. Een dars is een variant van de kaakberg (hooiberg) die zo typisch is voor Waterland. Verschil is dat in een dars hooiwagens naar binnen kunnen.

Vanaf de wagen werd het hooi op de zolderverdieping opgeslagen. Je herkent een dars aan de hoge schuifdeuren om de wagens naar binnen te laten rijden. Die schuifdeuren ontbreken bij de kaakberg of normale hooiberg. Tegen de dars aan verrees een grupstal voor de koeien, zodat mens en dier gescheiden werden.

Grupstal en potstal
De StadsHoeve heeft een grupstal en een potstal. De grupstal is de oudste en staat in verbinding met de dars. De greppel waar de uitwerpselen van de koeien in terechtkomen noemt men een ‘grup’. Oorspronkelijk verbleven de koeien aangelijnd in de grupstal. Hier stonden de koeien de hele winter in rijen langs de muur, met hun kop naar het middenpad waar ze werden gevoederd. Dit was vroeger de gebruikelijke manier, maar mag tegenwoordig niet meer.

In de grupstal staat nu het jongvee van ongeveer 1 jaar oud; ook zij lopen los rond. De boerderij heeft sinds kort een grote potstal in gebruik genomen. Hierin kunnen de koeien vrij rondlopen op stro. De koeienmest blijft liggen op het stro. Na een tijdje wordt er een nieuwe laag stro overheen gelegd. Als de verschillende lagen stro en mest goed zijn aangestampt door de koeien wordt de stal ‘uitgemest’. Dit gebeurt zo’n twee keer per jaar. Het pakket kan wel zo’n 1,5 meter dik zijn en wordt over het land uitgereden. In de winter worden de kalfjes gescheiden van de oudere koeien in de potstal omdat het risico bestaat dat de jonge kalfjes in de verdrukking komen. Als de koeien weer naar buiten kunnen, lopen de kalfjes wel met de moederkoe mee.

Nevenactiviteiten
Omdat schaalvergroting van het boerenbedrijf geen optie is voor de familie is er nadrukkelijk gekozen voor verbreding van de werkzaamheden. De nabijheid van de grote stad en ligging in het groene Waterland biedt goede mogelijkheden voor educatie, (natuur)recreatie en horeca. In 2001 begon Angela, zelf afkomstig uit de zorgsector, met een kinderdagverblijf naast de boerderij. Kinderen van de naschoolse opvang kunnen makkelijk het erf oplopen en bij de dieren kijken. Met een cateraar is een samenwerking aangegaan om diners, kinderpartijtjes en bruiloften op de boerderij te houden. Ook ontvangt de StadsHoeve schoolklassen om de jeugd te vertellen hoe het er allemaal aan toe gaat op een boerderij. Na bezoek aan de StadsHoeve weet ieder kind dat melk niet uit de fabriek komt, maar uit een koe.

Dit artikel is geschreven door de redactie van Oneindig Noord-Holland en is gepubliceerd in juni 2013.
 
 
Bron: Oneindig Noord-Holland
 
 

X