Vliegtuigfabriek Fokker

Na het geweldige succes van de ELTA in 1919 richtte Anthony Fokker (1890-1939) samen met de Amsterdamse fabrikant Trompenburg de N.V. Nederlandse Vliegtuigfabriek op. Geboren in 1890 in Indonesië, verhuisde hij met zijn familie naar Haarlem. Anthony die veel interesse had in techniek werd in 1910 door zijn vader naar Duitsland gestuurd om zich te ontwikkelen als monteur. Gedurende WOI werkte Anthony mee aan de opbouw van de Duitse luchtmacht. In hetzelfde jaar bouwde hij al zijn eerste propellervliegtuig, de Spin. Hij dwong groot respect af door op 31 augustus 1911 een rondje rond de St.Bavokerk in Haarlem te vliegen.

Een overzicht v an het Fokker-complex in 1926 – Bron: Stadsarchief Amsterdam

In 1912 ging Anthony in Duitsland wonen en begon op een vliegveld in de buurt van Berlijn zijn eerste een vliegtuigbedrijfje, genaamd Fokker Aeroplanbau. Hier ontwierp hij het succesvolle vliegtuig, de Fokker Dr I (Eindecker) met als specialiteit dat de mitrailleur, voor opgesteld in het toestel, tussen de draaiende propeller-bladen kon schieten. Deze gesynchroniseerde mitrailleur werd ook toegepast op de Fokker Dr. I Dreidecker, een van de toestellen waarmee de Duitse oorlogsvlieger Manfred von Richthofen een kwelgeest werd voor de vijand. Hij had meer dan 80 vliegtuigen neergeschoten. Fokker wilde ook zaken doen met zijn vaderland, maar Nederland wilde niets met hem te maken hebben. Daarom ging Fokker zich meer op de Duitsers richten.

Een nog jeugdige Anthony Fokker – Bron: Stadsarchief Amsterdam

In 1914 werd zijn fabriek door de Duitsers overgenomen en de fabriek werd overgeplaatst naar Schwerin, waar hij directeur. Hij voerde de productie van (militaire) vliegtuigen fors op met als resultaat dat er tientallen vliegtuigen per dag de fabriek verlieten. In totaal werd er onder zijn leiding 700 gevechtsvliegtuigen geproduceerd, waarmee hij ervoor zorgde dat de Duitsers oppermachtig in de lucht waren. Vooral zijn ontwerp, de Fokker D.VII, werd door vriend en vijand gezien als het beste oorlogsvliegtuig tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na het einde van de oorlog bepaalden de geallieerden dat deze vliegtuigen moesten worden vernietigd of worden overgebracht naar de Verenigde Staten. Fokker gaf hier maar gedeeltelijk gevolg aan, door maar 140 toestellen naar Amerika te verschepen. Naar Nederland werden ruim 40 vliegtuigen gesmokkeld, die nog in ons leger hebben gevlogen.

De bouw van les- en zakenvliegtuigen
Bron: Stadsarchief Amsterdam

De Fokker-fabriek in Noord had geen start- en landingsbaan; alle onderdelen werden op dekschuiten naar Schiphol getransporteerd om daar geassembleerd te worden. Op de foto een naoorlogs transport van een DC3
Bron: Stadsarchief Amsterdam

Na de oorlog werd Fokker door Albert Plesman benaderd om een passagiersvliegtuig te leveren. De KLM vloog met een geleased toestel naar Londen. Al snel wilde men een eigen vliegtuig kopen. Voor de somma van 45.000 gulden werden twee Fokkers F II geleverd, gevolgd door 8 Fokkers F III. In 1923 besloot Fokker naar Amerika te emigreren om daar een Amerikaanse tak van zijn bedrijf op te richten; Fokker Aircraft Corporation of America en werd daarmee de grootste vliegtuigfabriek ter wereld, met filialen in het Zeeuwse Veere en Amsterdam-Noord.

Van het type Fokker FIII werden acht toestellen aan de KLM geleverd – Bron: Stadsarchief Amsterdam

Fokker had in het verleden dus bewezen dat hij een goede vliegtuigconstructeur was, maar hij had de productiecapaciteit van Trompenburg nodig om zijn vliegtuigen te kunnen bouwen. Toen de ELTA was afgelopen kocht Fokker de hallen en vestigde er zijn bedrijf. Angstvallig werd de naam Fokker in de nieuwe firmanaam vermeden wegens zijn oorlogsverleden. Aan de Papaverweg werd alleen onderdelen gemaakt, want door gebrek aan een startbaan werden de rompen en vleugels op dekschuiten naar Schiphol vervoerd. Tijdens WO II namen de Duitsers in de Fokkerfabrieken de leiding over. Het personeel werd gedwongen om voor de bezetters te werken. Het Hollandse personeel probeert zo goed en kwaad als het ging de boel te saboteren. Er werden voornamelijk onderdelen gemaakt voor de Juncker Ju-52. Dit beruchte vliegtuig werd gebruikt door de Duitse Luchtmacht (Luftwaffe) als bommenwerper, maar er was ook een uitvoering als transportvliegtuig, dat vooral werd ingezet bij lucht- landingsoperaties.

Gedurende de oorlog was de Fokker-fabriek gecamoufleerd door een heel nepdorp op het dak te bouwen. Camouflagenetten deden de rest
Bron: Stadsarchief Amsterdam

Luchtalarm tijdens de oorlog! Iedereen naar de schuilkelder
Bron: Stadsarchief Amsterdam


 
 
Dit was natuurlijk een doorn in het oog van de geallieerden. Men besloot de fabrieken te bombarderen. Op 17 juli 1943 ging het afschuwelijk mis. De bommen vielen niet op de Fokkerfabrieken maar op de omliggende woonwijken., met als triest resultaat 158 doden en 119 zwaargewonden. Iedereen in Noord had wel een familielid dat op een of andere manier met deze verschrikkelijke gebeurtenis te maken had. De wederopbouw van Fokker verliep moeizaam; de Duitsers hadden de fabriek leeggeroofd.

De onderdelen worden naar de assemblagehal op Schiphol vervoerd – Bron: Stadsarchief Amsterdam

In de hal wordt een complete vleugel gebouwd – Bron: Stadsarchief Amsterdam

Met het vergaarde kapitaal in Amerika konden nieuwe machines worden gekocht en van de gestolen apparatuur kreeg men een gedeelte terug. In 1951 verhuisde het bedrijf naar Schiphol. Met een bijdrage van 27 miljoen gulden van de Nederlandse regering begon Fokker met de ontwikkeling van een nieuw verkeersvliegtuig. In 1958 werd de fabrieksnaam veranderd in Fokker en gelijktijdig werd het vlaggenschip van de onderneming gepresenteerd ; de Fokker F27 Friendship. Hiervan werden 786 toestellen verkocht. In 1962 bracht Fokker het eerste straalvliegtuig op de markt, de F28 Fellowship. Het bedrijf ging failliet op 15 maart 1996. In de fabriekshallen heeft na de sluiting in 1951 de Koninklijke Landmacht enige jaren een bewakingskamp ingericht.

Anthony Fokker overleed op 23 december 1939 in New York. Hij werd daar gecremeerd en zijn urn is bijgezet in een familiegraf op de begraafplaats Driehuis-Westerveld. Het graf is versierd met een brons-plastiek dat een opvliegende meeuw voorstelt.
 
 
Dit artikel is een hoofdstukje uit het boek (in pdf formaat) “Volewijckslanden”. Dit boek is geschreven door Wim Huissen en uitgegeven in 2014 door Theo Bakker. Het complete boek kunt u hier lezen.

Op de website van Theo Bakker kunt u heel veel boeken in pdf formaat vinden dat over de geschiedenis van Amsterdam gaat.
 
 
Bron: www.theobakker.net
 
 

X